Meer
Publicatiedatum: 02-11-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Samenvatting

Algemeen

In deze samenvatting leest u de belangrijkste beleidsvoornemens uit de 4 lokale programma’s en hoe we die beleidsvoornemens financieel dekken. Vervolgens staan we stil bij opvallende ontwikkelingen in de paragrafen die het BBV verplicht stelt, van weerstandsvermogen tot en met grondbeleid. Daarna geven we u inzicht in de ontwikkeling van de financiële positie van de gemeente. Tot slot nemen wij u mee in de nieuwe beleidswensen.

 

Programma 1 – Burger en bestuur

De hoofddoelstelling van het programma Burger en bestuur: Drimmelen is een veilige gemeente waarin inwoners, bedrijven en organisaties/verenigingen samen leven, werken en genieten.

 

Het programma heeft 5 thema’s. Per thema willen we in 2021 het volgende bereiken:

  • Dienstverlening: het vergroten van digitale dienstverleningsvormen.
  • Burger en politiek: juist, volledig en tijdig communiceren met inwoners, ondernemers en organisaties. En het creëren van een omgevingsbewuste, wendbare organisatie en bestuur.
  • Dorpsgericht werken: het stimuleren van inwoners om mee te denken, te doen en zelf activiteiten te initiëren. Maar ook recht doen aan de verantwoordelijkheid en deskundigheid van inwoners.
  • Openbare orde en veiligheid, crisisbeheersing: een daadkrachtige aanpak van veiligheidsvraagstukken en onveiligheidsgevoelens. En een optimale gemeentelijke crisisorganisatie die voortkomt uit samenwerking binnen het district.
  • Bestuursondersteuning: het juist, tijdig en volledig laten verlopen van ondersteunende processen, in het bijzonder de inbedding van het privacybeleid en privacyprotocollen.

 

Programma 2 – Openbare ruimte

De hoofddoelstelling van het programma Openbare ruimte: het op een effectieve en efficiënte manier de openbare ruimte schoon, heel, veilig en aantrekkelijk maken en houden. Hierbij betrekken we burgers en bedrijven. Er is ruimte voor verschillende aanpakken, kwaliteitsniveaus en maatwerkafspraken.

 

Het programma heeft 4 thema’s. Per thema willen we in 2021 het volgende bereiken.

  • Integraal en burgergericht werken:
    - inbreng van belanghebbenden bij planvorming voor de openbare ruimte vergroten
    - integraal ontwikkelen en onderhouden van de openbare ruimte
    - overdragen van onderhoud aan inwoners 
    - verhogen van de kwaliteit van dienstverlening door het beter behandelen van klachten en meldingen.
  • Wegen en verkeer:
    - bevorderen van een duurzaam veilige infrastructuur
    - aansluiten bij het provinciale verkeersveiligheidsbeleid om te streven naar nul verkeersdoden
    - een goede bereikbaarheid en zo weinig mogelijk overlast voor gemotoriseerd verkeer
    - realiseren van een duurzaam areaal aan openbare verlichting
    - het heel, schoon en veilig houden van civieltechnische kunstwerken
    - openbaar vervoer zorgt voor een goede bereikbaarheid van de verschillende kernen
    - voldoende parkeerruimte voor fiets en/of auto op korte loopafstand van woningen, winkelgebieden, maatschappelijke voorzieningen en 
       openbaar vervoer knooppunten
    - speciale aandacht voor de doelgroep Langzaam Verkeer.
  • Groen en speelvoorzieningen:
    - beschermen van de bomen om op langere termijn een leefbare omgeving te behouden
    - bij (her)inrichting van het openbaar groen streven we naar bruikbaarheid, aantrekkelijkheid, duurzaamheid en het verhogen van de
       biodiversiteit door groenblijvend en kleurrijk groen
    - de vitaliteit van de inwoners vergroten door bewegen in de openbare ruimte aantrekkelijk te maken voor jong en oud
    - beschermen van de volksgezondheid door bestrijding van ongedierte
    - stimuleren van de voorzieningen voor honden in de openbare ruimte en daarmee de sociale cohesie verbeteren en overlast door honden
       beperken.
  • Water:
    - de volksgezondheid verbeteren door afvalwater in te zamelen en naar een overnamepunt te brengen
    - samen met het waterschap en andere gemeenten zorgen voor robuuste dijken en keringen
    - inwoners bewust te maken van de afvalwaterketen door educatie en voorlichting
    - beperken van grondwateroverlast en -onderlast
    - beperken van de overlast van hemelwater
    - het watersysteem biedt voldoende veiligheid tegen hoogwater en is klimaatbestendig ingericht
    - de kosten van het waterbeheer minder te laten stijgen door samen te werken met waterschappen en gemeenten.

 

Programma 3 – Ruimte, wonen en economie

De hoofddoelstellingen van het programma Ruimte, wonen en economie zijn het bevorderen van de economische vitaliteit en werkgelegenheid, Drimmelen recreatief op de kaart te zetten, de gemeente te profileren als aantrekkelijke woongemeente, het bouwen van voldoende woningen en het creëren van een energie neutrale gemeente in 2040.

 

Het programma heeft 6 thema’s. Per thema willen we in 2021 het volgende bereiken:

  • Versterken vrijetijdseconomie: Drimmelen recreatief op de kaart zetten en kansen benutten voor Nationaal Park De Biesbosch en het verbeteren van de toeristische infrastructuur en bereikbaarheid.
  • Versterken economische structuur: het bevorderen van de economische vitaliteit en werkgelegenheid.
  • Ruimte: het realiseren van een vitaal en duurzaam buitengebied.
  • Wonen: het voldoende bouwen van woningen in alle kernen en alle prijsklassen.
  • Duurzaamheid: het creëren van een energie neutrale gemeente in 2040.
  • Leefgebied: Drimmelen profileren als een aantrekkelijke woongemeente.

 

Programma 4 – Sociaal domein

De hoofddoelstelling van het programma Sociaal Domein is: we hebben een inclusieve samenleving. Hierin kan iedereen meedoen aan activiteiten op het gebied van onderwijs, werk, sport en ontmoeting, zorg en welzijn. Ongeacht leeftijd, sociale klasse, afkomst of beperking. Iedereen neemt zelf verantwoordelijkheid en ondersteunt de mensen in zijn omgeving. Mensen die het niet redden met hulp van mensen uit hun omgeving of algemene voorzieningen krijgen ondersteuning van de gemeente.

 

Het programma kent 5 thema’s. Per thema willen we in 2021 het volgende bereiken:

  • Opgroeien en opvoeden: het bevorderen van gelijke onderwijskansen, het op goede wijze faciliteren van het onderwijs in de gemeente en het helpen van ouders en kinderen in het zelfstandig oplossen van problemen.
  • Zorg voor kwetsbare burgers: het helpen bij het terugdringen van schulden, het ondersteunen van inwoners om de zelfredzaamheid en kwaliteit van leven te verbeteren en het stimuleren van een gezonde levensstijl.
  • Participatie door werk en maatschappelijke inzet: het bevorderen dat mensen die nog niet in staat zijn tot betaald werk vrijwilligerswerk gaan doen, het bevorderen dat mensen met en zonder arbeidsbeperking bij reguliere werkgevers aan het werk gaan en daar waar mogelijk en nodig de instroom van mensen in de Participatie-wet beperken en misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen voorkomen en aanpakken.
  • Sport en bewegen: meedoen aan sport en cultuur en ontmoeting stimuleren en faciliteren, sportaccommodaties zijn voor iedereen toegankelijk en duurzaam en het stimuleren van sporten en bewegen.
  • Sociaal-culturele accommodaties: de gemeenschapshuizen zijn voor iedereen toegankelijk en duurzaam, worden duurzaam en optimaal gebruikt en het meedoen aan sport, cultuur en ontmoeting stimuleren en faciliteren.

 

Algemene dekkingsmiddelen

Algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten van een gemeente waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. Dit betekent dat de gemeente deze middelen vrij kan besteden, in tegenstelling tot de specifieke dekkingsmiddelen.

 

In 2021 kent Drimmelen de volgende algemene dekkingsmiddelen:

  • Lokale heffingen zoals OZB, toeristenbelasting en precario. Zie paragraaf B/Lokale heffingen
  • Algemene uitkeringen, met name de algemene uitkering uit het Gemeentefonds
  • Dividend. In het geval van Drimmelen dividend van de Bank Nederlandse Gemeenten
  • Saldo van de financieringsfunctie (renteresultaat): het verschil tussen de rekenrente die aan programma’s wordt toegerekend en de werkelijk betaalde rente over lang- en kortlopende leningen
  • Overige algemene dekkingsmiddelen

 

Drimmelen begroot voor 2021 een opbrengst van € 39,8 miljoen aan algemene dekkingsmiddelen (begroot 2020: € 38,6 miljoen). Waarvan € 35,1 miljoen aan algemene uitkeringen. Deze toename is te danken aan een groei van de uitkering uit het Gemeentefonds in 2021. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft vooralsnog de accressen - het meebewegen van de omvang van de algemene uitkering in het Gemeentefonds met de rijksuitgaven - bevroren. De verwachting is daarom nu dat het Gemeentefonds de komende jaren steeds een omvang van circa € 35,0 miljoen zal hebben.

 

Paragrafen

Paragraaf A - Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandsvermogen

Het college heeft 57 risico's geïdentificeerd die de realisatie van de gestelde doelen kunnen gaan bedreigen.  De tien belangrijkste risico's op een rij:

  1. Een hogere financiële bijdrage voor de dijkverzwaring van de Mark
  2. Herstel van schade aan bodem en flora als gevolg van klimaatverandering
  3. Activering van de garantstelling die ten gunste van stichting De Wijngaerd is afgegeven
  4. Overschrijding van het krediet voor renovatie van de zwembaden in Terheijden en Made
  5. Een ontoereikend budget voor uitvoering van de voorziening Hulp bij het Huishouden
  6. Een lagere uitkering uit het Gemeentefonds door een wijziging van de financiële verhoudingen tussen overheden
  7. Extra invoeringskosten voor de decentralisatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang
  8. Een ontoereikend budget voor jeugdzorg als gevolg van excessen in de zorgvraag
  9. Een lagere provinciale subsidie voor de aanleg van de Ecologische Verbindingszone
  10. Aanvulling van het doelvermogen bij een toekomstige overdracht van de stortplaats in Zevenbergen aan de provincie

 

Voor het met 90% zekerheid kunnen afdekken van alle risico's is een weerstandscapaciteit van € 3,3 miljoen nodig.  Op grond van de voorliggende begroting is een veel hogere weerstandscapaciteit beschikbaar: € 13,8 miljoen. Het weerstandsratio bedraagt derhalve 4,2.  Deze uitkomst laat zich als uitstekend kwalificeren (norm: 2 of hoger) maar is wat lager dan de jaarrekening 2019 (6,4) en begroting 2020 (5,8).

 

Financiële positie

De financiële gezondheid van een gemeente valt af te lezen aan een set van verplichte kengetallen. Voor 2021 wordt het volgende niveau van die kengetallen begroot:

  1. De netto schuldquote - het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen - neemt in beperkte mate toe ten opzichte van de begroting 2020 en blijft ruimschoots onder het algemeen aanvaarde plafond van 130%.
  2. De solvabiliteit - de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen - daalt maar voldoet aan de voor gemeenten geldende norm (35% of hoger).
  3. Het kengetal grondexploitatie is met 0% laag. Dat is gunstig. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. Het extreem lage percentage is te danken aan het passieve grondbeleid van de gemeente.
  4. De negatieve structurele exploitatieruimte geeft aan dat de gemeente moeite heeft om haar structurele opgave met structurele baten af te dekken. Wel verbetert dit ratio zich ten opzichte van eerder jaren.
  5. De begrote lokale lastendruk is lager dan het landelijk gemiddelde. In die context is er ruimte om de lokale belastingen in enige mate te verhogen. 

 

De kengetallen in samenhang beschouwend kan geconcludeerd worden dat de financiële positie van de gemeente onder druk blijft staan.

 

Paragraaf B - Lokale heffingen

Het portfolio van Drimmelen kent 11 vormen van lokale heffingen. Het beleid is er op gericht om de algemene en uitvoeringskosten per type heffing te dekken. Het beleid is vastgesteld in lokale verordeningen. De opbrengst van de toeristenbelasting besteden we aan het in stand houden en verbeteren van toeristische en recreatieve voorzieningen.

 

Drimmelen verwacht in 2021 € 11,6 miljoen (begroot 2020 € 11,8 miljoen) aan lokale heffingen te kunnen innen. Door een lagere rentetoerekening aan de tarieven voor de rioolheffing dalen die inkomsten met € 0,3 miljoen ten opzichte van de begroting 2020.   Het college zal bij de begrotingsbehandeling in de raad voorstellen om de onroerend zaakbelasting in zekere mate te verhogen waarbij de gemiddelde lastendruk per huishouden bescheiden toeneemt (0,8%).

 

Drimmelen heeft van oudsher een relatief laag tarief van onroerend zaakbelasting. Vanwege de toenemende druk op de gemeentelijke financiën vanwege de achterblijvende (Rijks)opbrengsten zijn we nu genoodzaakt tot een aanpassing. Door een gelijkmatige verhoging van bijna 6,5% wordt € 250.000 extra gegenereerd. Hierdoor wordt de lastendruk totaal met slechts 0,8% verhoogd in 2021 terwijl de inflatiecorrectie landelijk 1,6% voorschrijft.

 

Paragraaf C – Onderhoud kapitaalgoederen

Kapitaalgoederen zijn: wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Voor het onderhoud van deze kapitaalgoederen volgen we wet- en regelgeving:

  • Landelijke wetgeving zoals de Wegenwet, de Wet milieubeheer en de Wet energiedistributie
  • Regionale regelgeving zoals het reglement op de watergangen Noord-Brabant
  • Lokale regelgeving zoals het beleidsplan Verkeer en Vervoer, het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan en het beleidsplan Openbare Verlichting

 

Voor 2021 zijn de volgende integrale onderhoudsprojecten gepland:

De financiële gevolgen van het uitvoeren van integrale en niet-integrale onderhoudsprojecten geven we weer in de investeringsprognose. Die investeringsprognose treft u als bijlage 5 bij deze begroting aan.

 

Paragraaf D – Financiering

In de paragraaf Financiering heeft Drimmelen haar verwachtingen en het beleid voor haar financieringsrisico’s vastgelegd. Het vormt daarmee een uitwerking van het treasury statuut waarin is opgenomen dat Drimmelen haar (zover van toepassing zijnde) rente-, krediet-, koers- en intern liquiditeitsrisico beheersbaar wil houden.

 

Drimmelen verwacht in 2021 geen renterisico’s op haar kortlopende schulden (kasgeldleningen) noch op haar langlopende schulden (bancaire leningen). Een belangrijke ontwikkeling is wel dat in Europees verband toegewerkt wordt naar andere grondslagen dan de Euribor voor het bepalen van basisrentes. De Europese Centrale Bank werkt toe naar het in 2024 loslaten van de Euribor ten faveure van een andere referentierente, de €STR. Komend jaar zal duidelijk worden wat dit betekent voor het systeem van bancaire leningen in Nederland.

 

De gemeente staat borg ten gunste van geldgevers voor de betaling van rente en aflossing op langlopende geldleningen die door een zorginstelling en woningbouwverenigingen zijn afgesloten. In dat laatste geval fungeert de gemeente samen met het Rijk en de andere gemeenten als achtervang indien het Waarborgfonds Sociale Woningbouw niet (geheel) aan haar verplichtingen kan voldoen. Bij het opmaken van deze begroting werd voorzien dat deze portefeuille aan borgstellingen mogelijk uitgebreid gaat worden met een borgstelling ten gunste van een sportvereniging. Daarnaast acht het college het mogelijk dat zij uw raad gaat vragen om in te stemmen met een borgstelling in het dossier sociaal-cultureel dorpshart Made.

 

Kijkend naar het investeringsprogramma en de begrote inkomsten en uitgaven heeft de gemeente in 2021 een financieringsbehoefte van € 11,4 miljoen. Omdat in de begroting al rekening is gehouden met een langlopende lening van € 5 miljoen resteert er een aanvullende behoefte aan langlopende financiering van € 6,4 miljoen. Liquiditeit die nodig is om de begroting 2021 te kunnen financieren.

 

De rentelasten op kortlopende en langlopende geldleningen is voor 2021 totaal begroot op € 118.471. Waarbij voor de korte financiering (kasgeldleningen) uit is gegaan van een negatieve rente. In dit bedrag is de rente op een eventueel aan te trekken langlopende lening van € 6,4 miljoen niet opgenomen.

 

De negatieve kasstroom waarbij de uitgaven hoger zijn dan de inkomsten wordt eveneens weergegeven door het EMU-saldo. De referentiewaarde uit de septembercirculaire 2020 ad € - 2.176.000 wordt met de hierboven beschreven liquiditeitsbehoefte overschreden.

 

Paragraaf E - Bedrijfsvoering

De bedrijfsvoering onderscheiden we in een aantal deelgebieden. Hieronder zijn per deelgebied de belangrijkste doelstellingen voor het volgende jaar vermeld.

 

Personeel en organisatie:

  • verdere beheersing van het ziekteverzuim
  • opvolgen van de aanbevelingen uit de Risico-Inventarisatie en Evaluatie
  • houden van een Periodiek Medisch Onderzoek
  • opstellen van een Strategische Personeel Planning
  • invoeren van een nieuw functieboek

 

Informatievoorziening en dienstverlening: 

  • uitwerken van het ambitieplan  voor een toekomstbestendige dienstverlening
  • verder ontwikkelen van het team Gegevensbeheer gericht op het verbeteren van de datakwaliteit 

 

Huisvesting en facilitaire zaken:

  • afronden van de verduurzaming van het gemeentehuis
  • introduceren van een nieuw werkplekconcept 
  • digitalisering van de cliëntendossiers van de afdeling Maatschappelijke Aangelegenheden

 

Financiën, planning en control:

  • experimenteren met de rechtmatigheidsverantwoording door het college bij de jaarstukken 2020
  • waarborgen dat voldaan wordt aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid 
  • onderhouden van het bewustzijn van het op een veilige en beveiligde manier van werken met informatie

 

Inkoop:

  • evalueren van het huidige inkoopbeleid
  • verbeteren van het contractmanagement

 

Juridische zaken:

  • geen specifieke beleidsmatige ontwikkelingen voorzien

 

Paragraaf F – Verbonden partijen

De gemeenteraad behandelde op 25 juni 2020 de ontwerpbegrotingen 2021 van de gemeenschappelijke regelingen. Die ontwerpbegrotingen vormen de inhoud van de paragraaf Verbonden Partijen. Per Verbonden Partij beschrijven we de vermogensontwikkelingen en de risico’s die het bestuur van die partij voorziet. Waarbij voor de GGD en de Veiligheidsregio geldt dat corona-gerelateerde kosten rechtstreeks door het Rijk worden vergoed.

 

Uw raad heeft op dezelfde datum besloten om de gemeenschappelijke regeling van Parkschap Nationaal Park De Biesbosch per 1 januari 2021 op te heffen. Als uitvloeisel van de te ondertekenen overeenkomst voor een nieuwe samenwerkingsvorm zullen er jaarlijks nog steeds kosten verbonden zijn aan de uitvoering van de gezamenlijke taken.

 

De ministerraad heeft op 10 januari 2020 met een wijziging van de Wet gemeenschappelijk regeling ingestemd om de politieke verantwoording over gemeentelijke samenwerkingen te versterken. Dit zal vorm worden gegeven door

  • het versterken van de positie van gemeenteraden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen
  • het mogelijk maken van aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden
  • het verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling

 

Het is bij het opmaken van deze begroting nog onduidelijk wanneer de wetswijziging ingaat.

 

Paragraaf G - Grondbeleid

Drimmelen heeft als visie dat het grondbeleid een instrument is dat we inzetten om beleidsdoelen van ruimtelijke ordening, wonen, economie, maatschappelijke ontwikkeling en verkeer en vervoer te realiseren. Dit staat beschreven in de nota Grondbeleid 2016 – 2020.

 

De gemeente voert haar grondbeleid bij voorkeur faciliterend uit. We beperken ons tot onze publiekrechtelijke rol zoals het vaststellen van de kaders en de randvoorwaarden van de ontwikkelingen en de controle hierop. Door deze beleidskeuze heeft het gemeentelijke grondbeleid geen grote financiële impact.

 

Op 1 januari 2021 verwacht de gemeente nog over slechts twee actieve grondposities te beschikken: het Degaterrein in Lage Zwaluwe (boekwaarde € 82.200) en kavels aan de Antwerpsestraat en Geraniumstraat in Made (boekwaarde € 41.800). Verder verwacht de gemeente een voordelig resultaat op beide posities te kunnen behalen: € 105.000 respectievelijk € 230.000.

 

Resultaten van het actieve grondbeleid verrekenen we met de reserves voor grondzaken. Die reserves (een algemene reserve en een reserve voor bovenwijkse voorzieningen) zijn bedoeld als weerstand voor toekomstige risico’s. Uitgangspunt hierbij is dat de gemeente in ieder geval een bedrag van € 1,5 miljoen aanhoudt voor strategische aankopen. Na aftrek van dit bedrag blijft eind 2021 naar verwachting een buffer van € 0,4 miljoen over.

 

Financiële begroting

De uitvoering van de programmabegroting kan in 2021 financieel niet volledig worden afgedekt. Wat ook geldt voor de jaren daaropvolgend: 

Het structurele begrotingssaldo, m.a.w. het exploitatiesaldo gezuiverd van incidentele baten en lasten, vertoont voor alle jaren een tekort. Het effect van de septembercirculaire 2020 is daarbij verwaarloosbaar klein en beperkte zich tot het Covid-19 steunpakket waarover uw raad bij brief begin oktober is ingelicht.

 

Voor behoud van het repressief toezicht door de provincie is het noodzakelijk dat de begroting structureel en reëel in evenwicht moet zijn. Dat evenwicht moet in ieder geval in het laatste jaar (2024) worden aangetoond.

 

In de begroting is geen rekening gehouden met maatregelen van het college om tot een structureel sluitende begroting te komen. Waarbij er ruimte is voor het realiseren van nieuwe beleidswensen. Het college legt een voorstel daartoe voor gelijktijdig met de raadsbehandeling van de begroting 2021.

 

Beleidswensen

Het college zal bij de raadsbehandeling van de begroting separaat een voorstel doen voor nieuwe beleidswensen  en de financiële dekking daarvan.