Meer
Publicatiedatum: 30-12-2019

Inhoud

Programma onderdelen

B. Financiële positie

B. Financiële positie

Artikel 20 van het BBV schrijft voor dat op basis van onderstaande onderdelen de financiële positie wordt toegelicht.

B1. Investeringen

Met het vaststellen van de begroting autoriseert de raad het college tot het doen van uitgaven per programma tot de bedragen van het overzicht van baten en lasten voor het betreffende begrotingsjaar. In de programma’s zijn echter ook de investeringsplannen voor het begrotingsjaar opgenomen, die voor meerdere jaren ná dat begrotingsjaar nog lasten met zich mee brengen. Deze investeringen staan vermeld en toegelicht bij ieder programma.

Met het vaststellen van de begroting worden ook de beleidsprogramma’s en de daarvoor opgestelde investeringsplannen voor het komende begrotingsjaar geautoriseerd.

Investeringen 2020
Voor 2020 is een totaal bedrag aan investeringen geraamd van € 2,7 miljoen. Als gevolg van de gewijzigde BBV voorschriften wordt er vanaf de begroting 2017 e.v. geen omslagrente toegerekend aan de investeringen. Als in de toekomst onze financiering wijzigt, is het echter wel mogelijk dat weer rente toegerekend zal worden. Dit is afhankelijk van de omvang van de externe financiering en bijbehorend rentepercentage (renteschema).
Conform de nota waarderen en afschrijven, wordt in het investeringsjaar aan de investering de helft van de jaarlijkse afschrijving toegerekend. In de jaren daarna volledige afschrijving. De investering in riolering (€ 60.000 in 2020) zijn gedekt door de tarieven.

In bijlage 5 zijn alle investeringen voor de jaren 2020 tot en met 2024 opgenomen inclusief status (besluitvorming) en aanduiding maatschappelijk c.q. economisch nut.

De investeringen betreffen grotendeels vervangingsinvesteringen die de gemeenteraad voor het jaar 2020 e.v. reeds heeft geautoriseerd bij de Kadernota 2019.

De investeringen van de gemeente worden aanbesteed op grond van de Europese en nationale wet- en regelgeving en het gemeentelijk inkoop- en aanbestedingsbeleid zoals door de raad vastgesteld in maart 2017.

B2. Stand en verloop van de reserves en voorzieningen

Het belangrijkste verschil tussen reserves en voorzieningen is dat de raad in het geval van reserves een grote vrijheid heeft om de bestemming van deze gelden te wijzigen. Om die reden worden reserves als eigen vermogen aangeduid. In het geval van voorzieningen is veelal sprake van verplichtingen. Zolang de gemeenteraad de bestemming van geoormerkt geld nog kan veranderen, is er sprake van een bestemmingsreserve. Zodra dit niet meer kan, is er sprake van een voorziening.

Reserves
In onderstaand overzicht staat de verwachte stand en verloop van alle reserves.

Tabel Finbgr-B2.1
Reserves
Omschrijving Stand begin begrotingsjaar Vermeerderingen Verminderingen Stand eind begrotingsjaar
Algemene reserve 14.464.092 - 1.734.856 12.729.236
Totaal algemene reserves 14.464.092 - 1.734.856 12.729.236
g
Bestemmingsreserves
Reserve Hondenoverlastbestrijding 25.648 - - 25.648
Reserve Verbetering infrastruur haven Lage Zwaluwe - - - -
Reserve Behoud gemeentelijke monumenten 64.167 - - 64.167
Reserve Bestemmingsplannen 59.595 37.000 45.240 51.355
Reserve tijdelijke inhuur personeel - - - -
Reserve kapitaallasten 24.692.862 1.151.000 1.318.776 24.525.086
Reserve claims voorgaande jaren - - - -
Reserve Opleidingen 100.000 - - 100.000
Reserve Toerisme en recreatie 75.892 - 20.000 55.892
Reserve impuls brede scholen combinatie 177.510 - 47.000 130.510
Reserve Duurzaamheid - - - -
Reserve subsidies verenigingen 4.691 - - 4.691
Reserve kunst 72.433 - 5.435 66.998
Reserve bestuursakkoord 1.170.588 - 348.557 822.031
Reserve onderhoud zwembaden - 175.000 - 175.000
Reserve Nazorg stortplaatsen Zvb./Bavel-Dorst 276.210 - - 276.210
Reserve Samen investeren in Drimmelen 1.308.700 - 122.500 1.186.200
Reserve onderhoud sportparken 307.283 91.500 99.375 299.408
Reserve Speelruimte 50.301 41.000 41.000 50.301
Reserve Generatiepact (opgeheven) - - - -
Reserve Samen aan de slag 100.604 - 25.000 75.604
Reserve Herstel kunstwerken havens 157.614 - 57.614 100.000
Reserve Drimmelen op de kaart 250.000 - - 250.000
Reserve Toegankelijkheid - - - -
Reserve Compensatie erfpachtopbrengsten 570.000 - 30.000 540.000
Reserve kwaliteitsverbetering buitenruimte haven Drimmelen 363.144 - 363.144 -
Reserve Hartveilige gemeente 33.196 - - 33.196
Totaal bestemmingsreserves 29.860.437 1.495.500 2.523.641 28.832.296
g
Reserves grondexploitatie
Algemene bedrijfsreserve grondbedrijf 1.415.084 356.606 22.677 1.749.014
Reserve opslag grote werken 156.715 - 20.000 136.715
Reserve groenaanleg 73.509 24.545 65.500 32.554
Reserve ruimtelijke ontwikkelingen 114.846 274.207 150.000 239.053
Totaal reserves grondexploitatie 1.760.154 655.358 258.177 2.157.336
g
Totaal reserves 46.084.684 2.150.858 4.516.674 43.718.868

De belangrijkste mutaties in 2020 zijn:
Reserve Bestemmingsplannen
In het kader van het BBV mogen immateriële activa, zoals kosten van bestemmingsplannen, niet worden geactiveerd en moeten dus ten laste van de exploitatie worden genomen. Om kostenschommelingen te voorkomen is hiervoor een bestemmingsreserve gevormd. Jaarlijks wordt hierin een vast bedrag gestort en de werkelijke kosten worden hieruit onttrokken.

Reserve kapitaallasten
In het verleden zijn in de reserve Kapitaallasten bedragen gestort voor specifieke investeringen en gedurende de afschrijvingsduur worden de kapitaallasten uit deze reserve onttrokken. Tegenover de reserve staat dus een vergelijkbaar bedrag aan boekwaarde van investeringen.

Reserve impuls brede scholen combinatie
Ten behoeve van de uitvoering van het gezondheidsbeleid is door de gemeenteraad besloten om in 2020 € 47.000 en in 2021 € 45.000 ter beschikking te stellen uit de reserve. Deze gelden worden o.a. gebruikt voor: Alcohol en drugspreventieplan, Stimuleringssubsidie Rookvrije generatie en gezonde sportkantine en uitvoering beleidsplan AED.

Reserve Bestuursakkoord
De reserve Bestuursakkoord is ingesteld om risico’s van de transities op te vangen. Tevens wordt deze reserve gebruikt voor incidentele uitgaven voor ontwikkeling Sociaal Domein. In 2020 worden uit deze reserve bedragen onttrokken voor de pilot Algemene voorziening (€ 49.000) en de naar verwachting incidentele kosten voor jeugdigen in gezinshuizen (€ 300.000).

Reserve onderhoud zwembaden
De jaarlijkse storting hebben we gebaseerd op het programma van eisen behorende bij de renovatie van de zwembaden. Vanwege de renovatie hebben we nog geen Meerjarenonderhoudsplan en onttrekken we ook geen bedragen uit de reserve. Na de renovatie stellen we een nieuw onderhoudsplan op. De reserve wordt daarna waarschijnlijk omgezet in een voorziening en wordt onderdeel van de voorziening Planon.

Reserve Samen investeren in Drimmelen
Ten behoeve van de uitvoering van het coalitieprogramma is bij de Voorjaarsnota 2018 een reserve gevormd van € 2,0 miljoen ten behoeve van de uitvoering van het coalitieakkoord. Bij de Voorjaarsnota 2018 en de begroting 2019 is besloten om in 2020 een bedrag van € 122.500 uit de reserve te onttrekken ten behoeve van Dorpsontmoetingen, geluk (€ 25.000), een verkeersonderzoek (€ 50.000) en verkeersveiligheid (€ 30.000).
Ten slotte is er € 15.000 beschikbaar voor de MVO prijs.

Reserve onderhoud sportparken
Jaarlijks wordt hier een vast bedrag in gestort en worden er bedragen uit onttrokken op basis van het werkelijke onderhoud gebaseerd op het onderhoudsplan.

Reserve Speelruimte
Jaarlijks wordt er een bedrag gestort in de reserve van € 36.500 ten behoeve van speeltoestellen /-terreinen en € 4.500 ten behoeve van trapveldjes. Deze bedragen worden onttrokken voor de uitvoering van onderhoud en vervanging.

Reserve Samen aan de Slag
Ten behoeve van voortzetting van de subsidieregeling ‘Samen aan de slag’ zijn door vaststelling van het coalitieakkoord voor de komende jaren middelen ter beschikking gesteld.

Reserve Herstel kunstwerken havens
Voor het uitvoeren van onderhoud aan de haven van Terheijden is voor 2020 het restantbedrag uit de reserve benodigd (exploitatie onderhoud). Daarnaast heeft de gemeenteraad een extra bedrag van € 100.000 gestort voor onderhoud aan deze haven. In 2020 zal dit verder uitgewerkt worden.

Reserve Compensatie erfpachtopbrengsten
Door het verkopen van de erfpachtgronden in de jachthaven van lage Zwaluwe ontvangen we geen erfpachtinkomsten meer. Bij de Najaarsnota van 2018 is een bedrag van € 600.000 gestort als compensatie voor wegvallende erfpachtinkomsten voor de komende 20 jaren (2019 t/m 2038).

Reserve kwaliteitsverbetering buitenruimte haven Drimmelen
Deze reserve is vanuit eerdere jaren gevoed door verkoopopbrengsten haven Drimmelen. De reserve wordt ingezet als dekking voor het uitvoeren van krediet Kwaliteitsverbetering buitenruimte haven Drimmelen (via storting in de reserve Kapitaallasten).

Reserves Grondbedrijf
Zie voor een inhoudelijke toelichting paragraaf G. Grondbeleid.

Voorzieningen
Aan de creditzijde van de balans staan ook de voorzieningen.

Tabel Finbgr-B2.2
Voorzieningen
omschrijving Stand begin begrotingsjaar Vermeerderingen Verminderingen Stand eind begrotingsjaar
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
Voorziening wet APPA 1.646.721 141.000 75.000 1.712.721
Voorziening levensloop - - - -
Totaal voorz. verplichtingen, verliezen en risico's 1.646.721 141.000 75.000 1.712.721
g
Voorzieningen voor onderhoud
Voorziening onderhoud gebouwen PLANON 1.899.585 509.986 509.986 1.899.585
Totaal voorzieningen voor onderhoud 1.899.585 509.986 509.986 1.899.585
g
Voorzieningen voor door derden beklemde middelen
Voorziening riolering 2.199.017 - 427.944 1.771.073
Voorziening afvalstoffenheffing 116.443 - - 116.443
Voorziening BIZ 8.725 - - 8.725
Totaal voorzieningen voor door derden beklemde midd. 2.324.184 - 427.944 1.896.240
g
Totaal voorzieningen 5.870.491 650.986 1.012.930 5.508.547

Toelichting voorzieningen
Voorziening wet APPA
Voor de pensioenverplichtingen van zittende en voormalige wethouders, die de pensioenverplichting nog niet hebben bereikt, is een voorziening gevormd. De hoogte van de verplichting wordt jaarlijks op basis van actuariële berekeningen bepaald. Voor de begrotingsjaar 2020 vindt op basis van deze actuariële berekeningen een storting plaats van € 141.000. Onttrekkingen betreffen uitkeringen aan voormalig wethouders. Verkiezingen en pensioenoverdrachten kunnen de omvang van de mutaties sterk beïnvloeden.

Voorziening onderhoud gebouwen (Planon)
Deze onderhoudsvoorziening staat toegelicht in de paragraaf C. Onderhoud kapitaalgoederen.

Voorziening riolering en afvalstoffenheffing zijn toegelicht in paragraaf B. Lokale heffingen.

B3. Financiering

Als alle investeringen in de begrotingsjaren zouden worden uitgevoerd ontstaat een financieringstekort dat uiteindelijk oploopt richting € 20 miljoen. Dit wordt vooral veroorzaakt door investeringen in de riolering en het investeringsvolume van het coalitieprogramma.

In eerste instantie kan een financieringstekort afgedekt worden met kort geld (looptijd korter dan één jaar). Als het financieringstekort in twee opeenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet (zie paragraaf financiering) overschrijdt moet financiering met lang geld (looptijd langer dan één jaar) plaats vinden. Op basis van actuele rentepercentages zou herfinanciering van het volledige financieringstekort met een vaste geldlening met een looptijd van maximaal 10 jaar overigens geen rentelasten geven op jaarbasis.

B4. Jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volumevolume

Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen zijn aanspraken op toekomstige uitkeringen van zittende en voormalige bestuurders, van het personeel dat op dit moment bij de gemeente werkzaam is en van personeel dat in het verleden bij de gemeente werkzaam is geweest. Op grond van Burgerlijk Wetboek 2, titel 9 moeten ondernemingen voor deze aanspraken/ verplichtingen financiële voorzieningen worden getroffen. In verband met de bijzondere positie van de overheden (de zogenaamde ‘eigenheid’) is op deze regeling in het kader van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor gemeenten een uitzondering gemaakt.

Die uitzondering houdt in dat:

  • Jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een vergelijkbaar volume als reguliere last in de begroting worden opgenomen en in de rekening worden verantwoord.
  • Hierover jaarlijks een beschouwing wordt opgenomen in de toelichting op de begroting/jaarrekening (art. 20.2 BBV).
  • Gemeenten als resultaat daarvan geen bijzondere financiële voorzieningen behoeven te treffen (art. 44.3 BBV).
  • Ter uitvoering volgt hieronder de op grond van art 20.2 van het BBV voorgeschreven beschouwing over de voor het begrotingsjaar relevante arbeidskosten gerelateerde verplichtingen.

B4.1 Wachtgelden, WW-uitkeringen en andere uitkeringen voormalige gemeenteambtenaren
Op grond van de voor het gemeentelijk personeel geldende rechtspositionele regelingen en/of afspraken zijn voor het voormalig gemeentelijk personeel de volgende twee categorieën te onderscheiden:

Werkloosheidswet
Sinds 2003 valt het gemeentelijk personeel onder de werking van de Werkloosheidswet. De gemeenten zijn vanaf 2003 wel ‘eigen risicodrager’ gebleven. De financiële effecten zijn afhankelijk van het beroep dat op de regeling moet worden gedaan. Op dit moment hebben wij geen verplichtingen. Mochten deze wel ontstaan dan worden de geschatte uitkeringskosten gestort in de Voorziening uitkeringsverplichtingen personeel/ voormalig personeel. Vervolgens worden hieruit de jaarlijkse uitkeringsverplichtingen onttrokken. De uitkeringskosten worden volledig uit eigen middelen bekostigd.

Suppletieregelingen
Indien sprake is van ontslag anders dan op eigen verzoek kan aan de oud-medewerker een suppletie worden toegekend bij het aanvaarden van een baan elders indien geen sprake is van een zogenaamde horizontale overgang. Deze suppletie wordt betaald tot maximaal het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. De suppletie behelst de salarisachterstand ten opzichte van de situatie dat de medewerker nog in dienst was van de gemeente Drimmelen.

B4.2 Uitkeringen pensioenen voormalige bestuurders
Voor voormalige leden van colleges van Burgemeester en Wethouders zijn de volgende rechtspositionele regelingen met daaraan gekoppelde en financiële verplichtingen van belang.

Uitkeringen voormalige bestuurders
Betreft op basis van de Wet Appa toegekende wachtgelduitkeringen. Omvang en duur van de uitkeringen zijn afhankelijk van door betrokkene opgebouwde diensttijd, genoten wedde en gerealiseerde neveninkomsten. In de begroting 2020 zijn voor de jaren 2020 tm 2022 wachtgelden begroot, omdat drie voormalig bestuurders een beroep doen op de wachtgeldregeling.

Waardeoverdracht opgebouwde pensioenrechten.
Op basis van de Wet Appa bestaat voor wethouders sinds een aantal jaren de mogelijkheid, binnen een zes maanden na aftreden, tot waardeoverdracht van de opgebouwde pensioenaanspraken. De omvang van de opgebouwde pensioenrechten is afhankelijk van de tijdsduur dat betrokkene het wethouderschap heeft uitgeoefend waaronder onder bepaalde voorwaarden mede begrepen de uitkeringstijd. De omvang van de lopende pensioenaanspraken wordt jaarlijks geïnventariseerd. De actuele waarde van de opgebouwde pensioenrechten van de zittende en oud-wethouders bedraagt ultimo 2019 circa € 1,6 miljoen. Voor risicoafdekking in dit verband is binnen het financieel totaalkader een overeenkomstige voorziening beschikbaar.

B 4.3 Rechtspositionele regelingen gemeentelijk personeel
Op grond van de voor het gemeentelijk personeel geldende rechtspositionele regelingen en/of afspraken zijn hierin de volgende categorieën te onderscheiden:

Vakantie verlofuren
Vanaf 2014 gelden er nieuwe regels rond meenemen van verlofuren naar een volgend kalenderjaar. Verlofuren hebben daarbij een beperkte houdbaarheid. Wettelijke verlofuren moeten binnen twaalf maanden na afloop van het betreffende kalenderjaar zijn opgenomen. Anders vervallen deze verlofuren.
Bovenwettelijke verlofuren hebben daarentegen een houdbaarheid van vijf jaar. Zijn deze verlofuren zes; jaar na toekenning niet opgenomen dan verjaren deze uren. Bij tussentijds ontslag worden de verlofuren die met ingang van de dag van ontslag nog niet zijn opgenomen, uitbetaald. De vergoeding is daarbij gelijk aan het uurloon van de betreffende medewerker voor elk niet genoten verlof uur.

B5. Geprognosticeerde balans

Het vernieuwde BBV bepaalt dat een geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar inclusief meerjarenraming wordt opgenomen.

Tabel Finbgr-B5.1
Ultimo Ultimo Ultimo Ultimo Ultimo Ultimo
ACTIVA 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Vaste activa
Immateriële vaste activa 377.067 831.205 816.593 783.231 749.869 726.506
Materiële vaste activa 56.857.208 71.035.416 71.844.047 68.169.355 64.800.834 60.825.186
Fin. vaste activa: Kapitaalverstr. 211.232 336.477 336.477 336.477 336.477 336.477
Fin. vaste activa: Leningen 381.041 132.349 381.041 381.041 381.041 381.041
Fin. vaste activa: Uitzettingen > 1 jr 1.730.230 2.663.325 1.581.753 1.581.753 508.420 508.420
Totaal vaste activa 59.556.778 74.998.772 74.959.911 71.251.857 66.776.641 62.777.630
Vlottende aciva
Voorraden: Onderh. werk & Overige grond- en hulpstoffen -317.265 0 0 0 0 0
Voorraden: Gereed prod. en handelsgoederen & vooruitbetalingen 6.271 3.778 3.778 3.778 3.778 3.778
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 8.074.599 8.663.351 8.663.351 8.663.351 8.663.351 8.663.351
Liquide middelen 381.733 360.551 360.551 360.551 360.551 360.551
Overlopende activa 1.419.041 1.731.574 1.731.574 1.731.574 1.731.574 1.731.574
Totaal vlottende activa 9.564.379 10.759.255 10.759.255 10.759.255 10.759.255 10.759.255
Totaal - generaal 69.121.157 85.758.027 85.719.166 82.011.112 77.535.896 73.536.885
Ultimo Ultimo Ultimo Ultimo Ultimo Ultimo
PASSIVA 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Vaste passiva
Eigen vermogen 50.852.014 46.084.684 42.777.506 40.491.307 39.488.764 38.637.591
Onverdeeld resultaat -941.362 -455.299 156.172 187.340 472.794
Voorzieningen 5.925.608 5.870.491 5.508.547 5.565.822 5.631.822 5.697.822
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van een jaar of langer 3.508.583 3.166.195 2.841.195 2.516.195 2.191.195 1.866.195
Totaal vaste passiva 60.286.205 54.180.009 50.671.949 48.729.495 47.499.121 46.674.403
Vlottende passiva
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar 3.835.838 28.744.252 32.213.451 30.447.850 27.203.009 24.028.716
Overlopende passiva 4.999.114 2.833.766 2.833.766 2.833.766 2.833.766 2.833.766
Totaal vlottende passiva 8.834.952 31.578.018 35.047.217 33.281.617 30.036.775 26.862.483
Totaal - generaal 69.121.157 85.758.027 85.719.166 82.011.112 77.535.896 73.536.885

B6. EMU-saldo

Het EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven met derden van de overheid. Het EMU-saldo geeft aan of er in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgegeven is dan er in dat jaar is binnengekomen, of dat er netto geld overgehouden is. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie van de gemeente.

Het EMU-saldo van de lokale overheid telt mee voor het EMU-saldo van de totale overheid. Om inzicht te geven in het verwachte EMU-saldo van de lokale overheid is weergave van het saldo een verplicht onderdeel. De cijfers worden daarnaast verstrekt aan het CBS. Sturing op het EMU-saldo is van groot belang in verband met de Wet houdbare overheidsfinanciën (HOF).

Het vernieuwde BBV bepaalt dat in de begroting de ontwikkeling van het EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar, het begrotingsjaar en de drie daaropvolgende begrotingsjaren moet worden opgenomen.

Tabel Finbgr-B6.1
EMU-saldo Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023
a. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) -5.708.692 -2.821.115 -1.674.729 -971.375 -565.718
b. Mutatie (im)materiële vaste activa 14.632.346 794.019 -3.708.054 -3.401.883 -3.999.010
c. Mutatie voorzieningen -55.117 -361.944 57.275 66.000 66.000
d. Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) 314.772 0 0 0 0
e. Boekwinst bij verkoop effecten en boekwinst bij verkoop (im)materiele vaste activa 0 0 0 0 0 0
Berekend EMU-saldo (a-b+c-d-e) -20.710.927 -3.977.079 2.090.600 2.496.508 3.499.292

De EMU-systematiek werkt op een andere manier dan het baten- en lastenstelsel dat de gemeenten hanteren. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de kapitaallasten van de investeringen. Investeringen en uitgaven die worden gedekt uit reserves in een jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Het EMU-saldo van de gemeente Drimmelen voor 2020 komt uit op € 4 miljoen negatief. Het betekent dat in EMU-termen de uitgaven € 4 miljoen groter zijn dan de inkomsten.

In de septembercirculaire van 2019 is de EMU referentiewaarde voor de gemeente Drimmelen - €  2.066.000 waardoor de referentiewaarde wordt overschreden in 2020. Vanaf 2021 is het EMU-saldo positief. Er staat op dit moment geen sanctie op het overschrijden van de referentiewaarden. De EMU-referentiewaarde is geen norm, maar een indicatie van het aandeel van de gemeente in de gezamenlijke tekortnorm.