Meer
Publicatiedatum: 30-12-2019

Inhoud

Programma onderdelen

6. Specifieke richtlijnen Verbonden Partijen

Inleiding

In de paragraaf Verbonden Partijen staan financiële en beleidsrichtlijnen voor de begroting 2021 van alle Gemeenschappelijke Regelingen met wie de Gemeente Drimmelen verbonden is. In deze begrotingsbijlage beschrijven we de financiële en beleidsrichtljnen die voor de begroting 2021 van een Gemeenschappelijke Regeling gelden.

Aanvullende beleidsrichtlijnen Regio West-Brabant (RWB)

1. De gevolgen van de besluitvorming in het AB over vrijetijds economie en kennisdiensten zowel beleidsmatig als financieel te verwerken in de kaders en de begroting 2021.
2. In de kaders inzicht te geven in de ambities, de mogelijke omvang en financiële gevolgen van de vorming van een regionaal investeringsfonds.
3. In de 2e bestuursrapportage wordt een voortgangsrapportage verwacht over de realisering van het actieprogramma 2019-2023.

Aanvullende financiële richtlijn Regio West-Brabant (RWB)

Bij de uitvoeringsgerichte taak Kleinschalig Collectief Vervoer geldt voor de vervoersprijs per eenheid een aanpassing aan de hand van de branchegerichte NEA-index. Verder worden de vervoerslasten begroot aan de hand van het geprognosticeerde gebruik van de vervoersvoorziening. Doorbelasting van kosten aan gemeenten en provincie vindt plaats op basis van realisatie.

Aanvullende beleidsrichtlijnen Veiligheidsregio

De Veiligheidsregio heeft als taak zorg te dragen voor crisisbeheersing, risicobeheersing, brandweerzorg, bevolkingszorg en geneeskundige hulpverlening bij rampen en crises met als doel gezamenlijk de fysieke veiligheid en maatschappelijke continuïteit in de regio te borgen. Zodoende draagt de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant bij aan een veilige omgeving.

1. In het beleidsplan 2019-2023 zijn actiepunten opgenomen, die uiterlijk in 2023 moeten zijn gerealiseerd. In de kaderbrief 2021 geeft de Veiligheidsregio aan welke actiepunten in 2020 centraal staan. In de begroting geeft de Veiligheidsregio aan op welke wijze deze actiepunten worden ingevuld.

2. De begroting 2021 bevat informatie en kengetallen met informatie over toezicht en handhaving van :
- BRZO- bedrijven
- BRZO+ -bedrijven
- Zorginstellingen
- Overig

3. De begroting 2021 bevat kengetallen/ informatie over de omvang van het ambtelijk apparaat /organisatie alsmede van de financiële ramingen daarvan:
- aantal vrijwilligers
- aantal beroeps repressief
- aantal medewerkers risicobeheersing (advies & vergunningverlening, toezicht & handhaving)
- aantal medewerkers overig (uitgesplitst naar overhead, veiligheidsbureau)
- aantal medewerkers witte kolom, oranje kolom
- opgave van het materieel (per categorie) per post en het aantal posten.

4. Prestaties apparaat
De begroting 2021 bevat informatie en kengetallen (voor zover nog niet opgenomen en zo mogelijk steeds op een eenduidige manier) over:
a. Onderdeel repressie
- aantal uitrukken (uitgesplitst zoals nu) en uitgesplitst naar scenario.
- inzetten vrijwilligers, beroeps, witte en oranje kolom.
- overschrijdingen inzetten
- slachtoffers brand en ongevallen gevaarlijke stoffen, infectieziekten cat A.

b. Onderdeel preparatie
- Planvorming (Regionaal Crisisplan, Rampen Bestrijdingsplan, Incident Bestrijdingsplan, bereikbaarheidskaarten )
Multidisciplinair Oefenen Trainen Opleiden (brandweer, witte kolom, oranje kolom, multi).
- Gebieden waar wordt voldaan aan het regionaal beleid voor bluswater en bereikbaarheid.
- Inzet en data Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK)

c. Onderdeel preventie/pro-actief
- Advisering
- Inzicht in aantallen kazernes, waarbij aangegeven welke voldoen aan de eisen.
- Ruimtelijke ordening en projecten
- Evenementen
- Vergunningen Milieu (BRZO, BRZO+, overig)
- Vergunningen Bouw
- Voorlichting
- Voldoen van de brandweerkazernes aan “gezond en veilig werken”

d. Onderdeel meldkamer
- stand van zaken m.b.t. capaciteit en inzet CACO’s

e. Onderdeel controles, toezicht en handhaving
- hoe staat het met de implementatie van het basistakenpakket ?
- een algemene rapportage over de bevindingen van de controles (aantallen, overtredingen, opgelegde sancties) met zo mogelijk een differentiatie per gemeente.

Aanvullende beleidsrichtlijnen Omgevingsdienst

1. Breng in de begroting de gevolgen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (2021) voor de omgevingsdienst in beeld. De gevolgen voor de dienst zijn hoofdzakelijk financieel en organisatorisch (incl. informatievoorziening) van aard.
2. Breng in de begroting de gevolgen van de overdracht bodemtaken van provincie naar gemeenten voor zowel de omgevingsdienst als deelnemers(bijdrage) in beeld.
3. Geef in de begroting een meerjarenprognose (doorkijk 4 jaar) van de omvang van de te verwachten werkzaamheden in relatie tot toekomstige ontwikkelingen en hoe de organisatie hier op inspeelt. Deze richtlijn moet vooral gelezen worden in het licht van de huidige en toekomstige krapte op de arbeidsmarkt en de risico’s die daaruit voor de omgevingsdienst en deelnemers kunnen voortvloeien en de veranderingen in de werkprogramma’s door onder meer de komst van de Omgevingswet.
4. Hanteer bij het opstellen van de begroting het principe nieuwe werkzaamheden voor oud.

Aanvullende beleidsrichtlijnen GGD

1. De GGD voert in West-Brabant de in de Wet Publieke gezondheid aan de gemeenten opgedragen taken uit. Op onderdelen betreft dit ook taken die vallen onder andere wetgeving zoals de Jeugdwet, Omgevingswet en de wet op de Veiligheidsregio’s. De GGD is alert op de rol die zij in keten aanpakken heeft, waarbij passende aansluiting op het lokale beleid leiden.

2. In navolging van de Begroting 2020 zijn de in haar meerjarenbeleidsplan Agenda van de Toekomst verwoorde ambities leidend voor de opstelling van de Begroting 2021. Binnen deze begroting zorgt de GGD voor: 

  • Het per ambitie opnemen van concrete doelen.
  • Verdere optimalisering van de prestatie-indicatoren voor het krijgen van goed inzicht omtrent te behalen resultaten binnen de diverse productgroepen.

3. ‘Positieve gezondheid’ blijft belangrijk uitgangspunt binnen het handelen van de GGD: burgers worden aangezet tot het voeren van eigen regie, met gebruik van eigen mogelijkheden en hun eigen sociaal netwerk. Voor kwetsbare burgers die onvoldoende eigen regie kunnen voeren levert de GGD in nauwe afstemming met ketenpartners de benodigde bijdrage aan een adequaat vangnet.

4. De GGD zorgt ervoor dat zij in 2021 – in nauwe samenwerking met gemeenten en aansluitend op lokale aanpakken – maatregelen inzet die inwoners, met name jongeren stimuleren om “de gezonde keuze te maken”. Dit aan de hand van de eerder door de GGD uitgesproken ambitie om per 2020 invulling te geven aan het Nationale Preventieakkoord via het maken van onderbouwde keuzes in maatregelen.

5. De GGD geeft in haar beleidsbegroting 2021 inzicht in:

  • De resultaten die samenhangen met het per 2020 structureel toegekende budget van € 150.000,-- voor de beleidsintensivering Infectieziektebestrijding.
  • De mate waarin, naast het via de landelijke RUPS-regeling verkregen budget, beoogd wordt gebruik te maken van de maximale gemeentelijke bijdrage van € 150.000,-- voor de uitvoering van RUPS in West-Brabant, inclusief de mogelijke uitvoeringsscenario’s en geplande besluitvorming door het Algemeen Bestuur van de GGD. De GGD brengt ook de belangrijkste behaalde resultaten van de RUPS-aanpak daarbij in beeld.
  • De wijze waarop zij de vaccinatiegraad per gemeente in beeld brengt en welke inspanningen zij en Careyn en Thuiszorg West-Brabant verrichten om deze vaccinatiegraad te verhogen en/of zo hoog mogelijk te houden.

Aanvullende beleidsrichtlijnen Regionale Ambulancevoorziening (RAV)

1. De Minister voor Medische Zorg en Sport streeft ernaar om de nieuwe wet ambulancezorg in werking te laten treden per 1 januari 2021. De RAV waarborgt onder deze nieuwe wet de kwaliteit en continuïteit van de ambulancezorg in heel haar werkgebied. De ambulancezorg dient blijvend te worden uitgevoerd zonder gemeentelijke financiële bijdragen.

2. De RAV informeert de gemeenten tijdig en volledig over de wijze waarop zij de ambulancezorg onder de nieuwe wet uit gaat voeren.

3. Het Algemeen Bestuur stelde de definitieve besluitvorming over de meest geschikte rechtsvorm voor de RAV uit totdat er duidelijkheid is over de toekomst van de ambulancezorg. De RAV informeert de gemeenten over de mogelijkheden om over te gaan naar de meest geschikte rechtsvorm. De overgang mag voor gemeenten niet leiden tot nadelige (financiële) gevolgen.

4. De RAV doet de gemeenten een voorstel voor een nieuwe set prestatie-indicatoren om de kwaliteit van de ambulancezorg te meten. De prestatie-indicatoren voor het spoedvervoer maken hier onderdeel van uit:

  • responstijd A1 (melding-aankomst meer dan 15 minuten):  5,5%
  • responstijd A2 (melding-aankomst meer dan 30 minuten):  5,0%