Meer
Publicatiedatum: 05-10-2020

Inhoud

Programma onderdelen

2. Bijlage schuld- en reservepositie

2. Bijlage schuld- en reservepositie

Inleiding

De financiële verordening ex artikel 212 van de Gemeentewet geeft in artikel 6 richtlijnen voor het opstellen van de beide tussentijdse rapportages, de Voorjaarsnota en de Najaarsnota. Zo moeten beide rapportages niet alleen inzicht geven in beleidsmatige en financiële afwijkingen maar ook in afwijkingen in de financiële positie van de gemeente en de raming van de uitputting van de investeringskredieten.

 

Het college geeft in deze bijlage in de financiële positie. Of beter gezegd - en zoals dat door de financiële verordening wordt gevraagd – de schuldpositie en reservepositie.

 

Schuldpositie

De schuldpositie van een gemeente wordt weergegeven via een kengetal, de netto schuldquote. De berekeningswijze van de netto schuldquote is voor iedere gemeente gelijk. Net zoals de berekening van andere kengetallen is dit vastgelegd in de “Regeling vaststelling wijze waarop kengetallen worden vastgesteld en opgenomen in begroting en jaarverslag provincies en gemeenten”.


Bij de berekening wordt het verschil bepaald tussen enerzijds de vaste schulden, netto vlottende schulden en overlopende passiva en anderzijds de uitzettingen, de liquide middelen en overlopende activa. Dat verschil wordt afgezet tegen de totale baten (exclusief reservemutaties).

 

In de begroting 2020 heeft Drimmelen de volgende ontwikkeling van de netto schuldquote begroot:

 

Op dit moment heeft de gemeente een kortlopende kasgeldlening bij de BNG uitstaan van € 3 miljoen. In de maand juli heeft de gemeente een soortgelijke lening omgezet in een lening voor de duur van een jaar en een omvang van € 5 miljoen. De vaste schuldpositie is hierdoor verzwaard, waardoor de netto schuldquote in 2020 bij het afsluiten van het jaar met een score van 49% naar verwachting weliswaar hoger zal zijn dan de begrote 45% maar ruim binnen het voor gemeenten gangbare plafond van 110% zal blijven. Voor een raming over het verloop in latere jaren wordt naar de begroting 2021 verwezen.

 

Reservepositie

De reservepositie wordt uitgedrukt via het kengetal solvabiliteitsratio. Ook die berekening van dit ratio is bepaald in de hiervoor genoemde regeling. Het geraamde eigen vermogen van een gemeente wordt daarbij in verhouding gebracht met het geraamde totaal aan passiva.

 

In de begroting 2020 heeft Drimmelen de volgende ontwikkeling van het solvabiliteitsratio begroot:

 

Het totaal aan passiva zal door de hogere vaste schuldenpositie in 2020 toenemen. Het solvabiliteitsratio zal met 47% naar verwachting wat lager zijn dan de begrote 49%. Wel zal de solvabiliteit nog altijd hoger zijn dan de voor gemeenten gangbare norm (≥ 35%).