Meer
Publicatiedatum: 29-06-2020

Inhoud

Programma onderdelen

1.4 Programma 3 - Ruimte, wonen en economie

Wat willen we bereiken?

De hoofddoelstellingen van het programma zijn:

- Het bevorderen van de economische vitaliteit en werkgelegenheid in Drimmelen in een proactieve houding.

- Drimmelen recreatief op de kaart zetten en de kansen benutten van het Nationaal Park De Biesbosch.

- Drimmelen profileren als aantrekkelijke woongemeente

- Zorgen voor de bouw van voldoende woningen in alle kernen en in alle prijsklassen. Hierbij is gasloos en energieneutraal bouwen het uitgangspunt. Waar mogelijk wordt levensloopbestendig gebouwd.

- Drimmelen energieneutraal in 2040

Speerpunten

In het coalitieprogramma “Een mooi en gezond Drimmelen maken we SAMEN !” zijn de volgende speerpunten beschreven:

  • Het bevorderen van de economische vitaliteit en werkgelegenheid in Drimmelen in een proactieve houding. Drimmelen recreatief op de kaart zetten en de kansen benutten van Nationaal Park De Biesbosch.
  • We zorgen voor de bouw van voldoende woningen in alle kernen en in alle prijsklassen. Hierbij is gasloos en energieneutraal bouwen het uitgangspunt en waar mogelijk levensloopbestendig.

Thema's

Dit programma bestaat uit de volgende thema’s:

  1. Versterken vrijetijdseconomie
  2. Versterken economische structuur
  3. Ruimte
  4. Wonen
  5. Duurzaamheid
  6. Leefomgeving

Beleidswensen

De beleidswensen binnen dit programma zijn:

 

Toelichting noodzakelijk beleid

4.        Uitvoeringsprogramma Economie

In 2020 wordt, in navolging van de nota Economie, een uitvoeringsprogramma Economie opgesteld om ondernemend Drimmelen te ondersteunen en te stimuleren tot samenwerking en versterking van het vestigings- en ondernemersklimaat. Hierover bent u in de Opinieronde van 14 mei 2020 nader geïnformeerd. Voor dat uitvoeringsprogramma is naar schatting € 50.000 nodig. De uitvoering van een aantal thema’s zoals gemeentelijke dienstverlening, samenwerken/ netwerken en wees loyaal en koop lokaal uit het uitvoeringsprogramma zullen door de inzet van ambtelijke uren uitgevoerd kunnen worden.

 

5.        Omgevingswet

De Omgevingswet is niet alleen een wetswijziging, maar is vooral een andere manier van werken.
In juni 2018 nam de gemeenteraad een besluit over het voor het werken met de Omgevingswet.
Dit ambitieniveau houdt onder andere het volgende in: integraal werken, denken vanuit mogelijkheden, 1 aanspreekpunt, ambtenaren gaan naar buiten, minder regels waar het kan, betrekken van de samenleving.

Dit heeft gevolgen voor de inrichting van onze dienstverlening en de manier van werken. Zo komt er één loket waarbinnen initiatiefnemers begeleid worden. Bij de initiatieven kijken we in eerste instantie niet naar de regels, maar waar we uiteindelijk naartoe willen (omgevingsvisie). Past dit initiatief daarin, is het zaak dat het initiatief ook uitgevoerd kan worden. Dit alles binnen het nieuwe kader van minder regels en dus ook loslaten.

Een andere manier van werken kost tijd. Tijd om onze de nieuwe werkwijze eigen te maken.
Niet alleen wij, maar ook initiatiefnemers, inwoners, bedrijven en ketenpartners moeten hierin meegenomen worden.
We verwachten dat we bij complexe initiatieven (besluit binnen 8 weken) veel meer tijd kwijt zijn in het vooroverleg
Aan de andere kant gaan we misschien ook vergunningen schrappen en kunnen we de meer eenvoudige procedures versnellen en vergemakkelijken. Dit betekent weer efficiencywinst.

Veel hangt af van de keuzes, die we de komende tijd gaan maken:
     • Gaan we werken met minder vergunningen?
     • Maken we een gedetailleerd omgevingsplan of een globaal omgevingsplan?
     • Gaan we milieuleges heffen of alleen in bepaalde gevallen?
     • Handhaven we de bruidsschat of gaan we veel aanpassen en schrappen?
Met het maken van deze keuzes gaan we het komend half jaar aan de gang.

Deze nog te maken keuzes hebben invloed op de kosten. Sommige kosten gaan omhoog, andere kosten worden minder. Bij de ene keuze gaan de legesinkomsten omlaag, bij de andere niet.
Wat we leren van andere soortgelijke trajecten (bijvoorbeeld de decentralisaties in het sociale domein) is dat dit zeker de eerste jaren tot meer kosten leidt.

Omdat we nog veel keuzes moeten gaan maken, is het op dit moment lastig om een goede schatting van deze kosten te maken. De VNG heeft een ‘Werkwijze structurele effecten Omgevingswet’ ontwikkeld. Door dialoog te voeren, keuzes te maken en het model in te vullen, ontstaat er enigszins zicht op de structurele effecten.
We hebben dit model ingevuld in lijn met het onderscheidend ambitieniveau. De bandbreedte van de structurele kosten komt dan uit op € 50.000 tot € 150.000 per jaar.

Zoals eerder aangegeven, gaan we het komend half jaar aan de slag met het maken van keuzes. Daarnaast zijn 15 gemeenten samen met de VNG druk bezig om meer zicht te krijgen op de structurele kosten. Rond de zomer moet dit in beeld zijn. Dit betekent dat we met de begroting 2021 meer inzicht kunnen geven in de structurele kosten als gevolg van het werken met de Omgevingswet.

 

6.         Energietransitie

In 2020 wordt een uitgebreid participatietraject uitgevoerd om te komen tot een gedragen Plan van aanpak energieneutrale dorpen. In de periode tot medio 2021 gaan we intensief met onze inwoners van de dorpen aan de slag. We formeren per dorp een werkgroep Energie en faciliteren en ondersteunen die, zodat zij met een gedragen plan kunnen komen. Daarin proberen we ook zoveel mogelijk het proces voor een Transitievisie Warmte te combineren. In 2050 moeten alle woningen van het aardgas af zijn en voor de wijken die voor 2030 van het aardgas af gaan moet het alternatief voor de warmtevoorziening aangegeven worden.

Het geschetste participatietraject maakt onderdeel uit van de opdracht van de raad van 28 februari 2019 om samen met de inwoners een plan op te stellen waarin komt te staan op welke manieren de dorpen in onze gemeente in 2040 energieneutraal kunnen worden. Dit betreft dus de uitvoering van de motie van de gemeenteraad “Nieuwe energie voor (de inwoners van) Drimmelen”. Als gevolg van de Corona-crisis en de beperkte mogelijkheden om fysieke informatiebijeenkomsten te houden loopt de uitvoering enige vertraging op. We streven ernaar om het traject medio 2021 af te kunnen ronden.

Voor een goede procesbegeleiding, communicatie-inzet en ondersteuning van bovengenoemde werkzaamheden op het gebied van energietransitie is er structureel onvoldoende capaciteit aanwezig. We werken op dit moment uit wat we daarvoor exact benodigd hebben en vullen dit in bij de Begroting 2021 (zie Samenvatting, personele formatie).

 

Toelichting beleidswensen

3.         Programma duurzaamheid

In 2020 wordt het beleidsplan Duurzaamheid geactualiseerd. Deze actualisatie volgt uit het coalitieprogramma.
Dit nieuwe plan heet geen beleidsplan meer, maar Programma Duurzaamheid. Onder dit programma komen een aantal thema’s te hangen, met daaronder de ambities/ doelstellingen en projecten/uitvoeringsactiviteiten. Daarmee kunnen we de integraliteit beter borgen. Dit ligt meer in lijn met de Omgevingswet en onze toekomstvisie en omgevingsvisie.
Een deel van het opstellen van het Programma Duurzaamheid loopt samen op met de omgevingsvisie. Alleen de uitwerking in concrete projecten en acties gebeurt in aparte bijeenkomsten met de betreffende duurzaamheidspartners. Waar mogelijk sluiten we aan bij bestaande overlegvormen/bijeenkomsten.

In 2021 start de uitvoering van het Programma Duurzaamheid. Voor een deel van de uitvoering staat de gemeente aan de lat, maar voor een heel groot deel zijn dat onze duurzaamheidspartners.
We moeten het samen doen.
Uitvoering van de gemeentelijke projecten gebeurt grotendeels door de verschillende vakdisciplines binnen de organisatie. Daarnaast is het belangrijk dat we als gemeente overzicht houden op de algehele uitvoering en dat we ondersteunen en verbinden. Programmamanagement, inzet communicatietools en faciliteren zijn daarbij de sleutelwoorden.
Voor echte goede procesbegeleiding, communicatie-inzet en ondersteuning was er de afgelopen jaren onvoldoende capaciteit aanwezig. Dit willen we in ieder geval voor de komende twee jaar borgen en hiervoor een aanjaagbudget vragen. Na die 2 jaar moet alles in de basis binnen de hele organisatie geborgd zijn. Hiervoor hebben we eenmalig € 25.000 nodig verspreid over 2021 en 2022.

  

4.         Biodiversiteit

Dit jaar wordt het actieplan Biodiversiteit opgesteld. Voor de uitvoering van dat plan zijn in 2021 en 2022 middelen gereserveerd. Bij de uitvoering van het actieplan kan gedacht worden aan projecten waarbij zowel in het buitengebied als in de kernen bewoners worden gestimuleerd om aan natuurontwikkeling te doen.

 

5.         Verlenging Beverpad richting Lage Zwaluwe

Op 5 maart 2020 heeft de raad ingestemd met de aanleg van het Beverpad richting Drimmelen. Nu wordt het tracé richting Lage Zwaluwe onderzocht. Er zijn drie opties, waaruit een keuze gemaakt dient te worden. De verlenging van het Beverpad maakt een toeristisch-recreatieve fietsroute tussen Lage Zwaluwe en Drimmelen over de Amerdijk mogelijk.

 

6.        Samenwerking De Biesbosch

De gemeenschappelijke regeling Parkschap Nationaal Park De Biesbosch wordt opgeheven per
1 januari 2021. Een netwerksamenwerking wordt vormgegeven, waarvan een bestuurlijke samenwerking tussen Staatsbosbeheer en de drie gemeenten rond De Biesbosch (Altena, Dordrecht en Drimmelen) onderdeel uitmaakt. Een gebiedsvisie met een uitvoeringsprogramma wordt opgesteld en vormt de basis voor de samenwerking. Ten behoeve van het uitvoeringsprogramma heeft de raad op 30 januari 2020 besloten hiervoor een bedrag van maximaal € 19.000 beschikbaar te stellen. Dit bedrag komt beschikbaar in aanvulling op het bedrag dat voorheen beschikbaar was voor de deelnemersbijdrage aan de GR Parkschap (ongeveer € 25.000).

 

7.        Sociaal cultureel dorpshart

In de informatieronde van 4 juni 2020 bent u geïnformeerd over de mogelijkheden voor de ontwikkeling van een nieuw sociaal-cultureel dorpshart in Made. De initieel geraamde investering bedraagt € 6,1 miljoen, waarvan de gemeente € 3 miljoen zal subsidiëren en voor € 1,25 miljoen garant zal staan in een lening die de eigenaar van de Bernarduskerk af zal gaan sluiten.
Bij de voorjaarsnota stelt het college voor om een voorbereidingskrediet van € 0,25 miljoen beschikbaar te stellen. Die voorbereidingsfase zal meer duidelijkheid gaan geven over de alternatieve ontwikkelmogelijkheden, de financiën en de bijdrage van de gemeente.
Zoals in de informatieronde van 4 juni is aangegeven is er naar verwachting een tekort van € 500.000 op de grondexploitatie en daarnaast structureel een tekort van € 18.000 in de exploitatie.