Paragrafen

A. Weerstandvermogen en risicobeheersing

Inventarisatie van de risico's

Een risico is een mogelijke gebeurtenis met een negatief gevolg voor de organisatie. Met behulp van het risicomanagement informatiesysteem prioriteert, analyseert en beoordeelt de gemeentelijke organisatie risico's op systematische wijze. Door dit systeem van risicomanagement kunnen de bestuurders en managers vervolgens passende beheersmaatregelen nemen. Op basis van de inventarisatie is een risicoprofiel voor 2025 opgesteld. Verderop in deze paragraaf gaan we in op de tien risico's met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit, aangevuld met de getroffen beheersmaatregel.


Uit het risicoprofiel is het benodigde weerstandsvermogen bepaald. Als het weerstandsvermogen voldoende groot is, dan beschikt de gemeente over voldoende middelen en mogelijkheden om nog niet afgedekte risico's op te vangen, zonder dat het beleid ingrijpend moet worden aangepast. Het weerstandsvermogen van de gemeente Drimmelen blijft ook in 2025 voldoende groot.

Risicokaart

Terug naar navigatie - Inventarisatie van de risico's - Risicokaart

De risicokaart hieronder laat zien hoe de risico's zijn verdeeld op basis van de kans dat ze optreden en de mogelijke financiële impact. In totaal hebben we 47 risico's in kaart gebracht. Kleine risico's, met een kans van minder dan 10% of een maximaal financieel gevolg van € 25.000, zijn niet meegenomen omdat hun impact gering is.

Tabel Par. A-1
Maximale schadelast 2025
x > € 500.000 4 2 1 2
€ 250.000 < x < € 500.000 2 3 2 4 1
€ 100.000 < x < € 250.000 5 5 2 1 1
€ 25.000 < x < € 100.000 4 3 2 1 2
x < € 25.000
Imagoschade
10% 30% 50% 70% 90% Kans

Risico top 10

Terug naar navigatie - Inventarisatie van de risico's - Risico top 10

Het overzicht hieronder laat de tien grootste risico's zien die de meeste invloed hebben op het totale risicoprofiel van de gemeente. Naast het risico bedrag is bij elk risico ook de procentuele invloed aangegeven. Ook is te zien op welke plek het risico stond in de begroting 2025 en de jaarrekening 2024.

Tabel Par. A-2
2025 rekening 2024 rekening 2025 begroting Risico Risicobedrag 2025 (in €) Kans 2025 Invloed op risicoprofiel 2025
1 1 2 Het begrote budget voor jeugdzorg is ontoereikend 800.000 50% 7,4%
2 2 1 Hogere indexering grond-, weg- en waterbouw werkzaamheden 500.000 90% 7,1%
3 * * Garantiestelling t.b.v. exploitatie vastgoed in de gemeente 613.000 70% 6,8%
4 * * Onzekerheid jeugdzorg – Toenemende druk op zorg en personeel (CJIG) 500.000 70% 6,6%
5 * * Het begrote budget voor Wmo-voorzieningen is ontoereikend 630.000 70% 6,4%
6 3 3 Toename van het aantal bijstandsgerechtigden door de verhoogde huisvesting van statushouders in onze gemeente 500.000 70% 5,6%
7 5 5 Zonneparkdossier: langdurig traject met weerstand vanuit inwoners, stakeholders en een zonnepark-ontwikkelaar. 2.000.000 15% 4,7%
8 * * Treffen voorziening i.v.m. faillissement beheer derdengelden-rekening Group Card. 295.000 70% 4,3%
9 6 7 Huisvesting statushouders 250.000 90% 4,2%
10 * * Proof of Concept hervorming Jeugdzorg – bezuinigingen worden niet gerealiseerd 325.000 70% 3,6%

Toelichting bij risico's

Terug naar navigatie - Inventarisatie van de risico's - Toelichting bij risico's

1. Het begrote budget voor de Jeugdzorg is ontoereikend.
De druk op de Jeugdwet is al meerdere jaren toenemend. De gemeente werkt toe naar toe naar Stevige Lokale Teams (SLT), in overeenstemming met de uitgangspunten van de Regiovisie en het strategieplan voor de jeugdhulpregio West-Brabant Oost (WBO) en de landelijke opdracht uit de Hervormingsagenda Jeugd. Op dit moment zijn de gemeenten in de regio druk bezig met de aanbesteding voor een groot deel van de Jeugdzorg. Samen met de gemeente Geertruidenberg, het CJG Drimmelen Geertruidenberg en diverse organisaties, gaan we laagdrempelig en dicht bij huis hulp bieden en zo voorkomen dat specialistische jeugdhulp nodig is.

2.  Hogere indexering grond-, weg- en waterbouw werkzaamheden.
Als gevolg van onrust over de wereld, hogere loonkosten, brandstof- en grondstofprijzen bij onze leveranciers, zijn de indexeringen potentieel hoger dan oorspronkelijk begroot.

3. Garantiestelling t.b.v. exploitatie vastgoed in de gemeente.
De gemeente staat garant voor een eventuele verliezen bij de exploitatie van divers gemeentelijk vastgoed. Het risico op daadwerkelijk garant staan beoordeelt de organisatie als hoog, waardoor we aan de hand van dit risico rekening houden met kosten.

4. Onzekerheid jeugdzorg – Toenemende druk op zorg en personeel (CJIG).
Binnen het CJG doen zich meerdere ontwikkelingen voor die een financieel risico met zich meebrengen. De vraag naar jeugdzorg neemt toe, terwijl tegelijkertijd sprake is van aanhoudende problematiek rondom personele capaciteit en inzetbaarheid. Deze combinatie vergroot de kans op overschrijding van budgetten en kan leiden tot knelpunten in de continuïteit en kwaliteit van zorg. Hoewel het exacte financiële effect nog niet is gekwantificeerd, is de kans op substantiële impact zeer groot. Dit houdt onder andere verband met de aanbesteding voor een groot deel van de Jeugdzorg vanuit de WBO.

5. Het begrote budget voor Wmo-voorzieningen is ontoereikend.
De kosten voor de Wmo zijn afhankelijk van de vraag. Casemanagers maken zorgvuldige indicaties en er zijn goede prijsafspraken met leveranciers, maar een toename in de behoefte aan Wmo-voorzieningen kan leiden tot overschrijdingen van de begrote budgetten.

6. Toename van het aantal bijstandsgerechtigden door de verhoogde huisvesting van statushouders in onze gemeente.
Door een voorgenomen wetswijziging neemt de doelgroep van statushouders de komende jaren waarschijnlijk toe. Dit resulteert in een toenemende uitdaging op het bied van de huisvesting van deze statushouders in onze gemeente, met bijbehorende financiële impact.

7. Zonneparkdossier: langdurig traject met weerstand vanuit inwoners, stakeholders en een zonnepark-ontwikkelaar.
De Afdeling bestuursrecht van de Raad van State heeft uitgesproken dat de gemeente Drimmelen de beoordeling van de bestaande vijf aanvragen opnieuw moet uitvoeren en wel op gelijkwaardige wijze. Op basis van deze herbeoordeling, en na behandeling in de gemeenteraad, heeft het college opnieuw besloten over deze aanvragen. De situatie is dat één park definitief vergund is, één park een ontwerpvergunning heeft gekregen en drie parken eerder in ontwerp zijn geweigerd. Tegen het vergunde park zijn beroepen ingesteld. De overige aanvragen (vier parken) zijn nog niet compleet, aanvullende informatie ontbreekt, en daarvoor heeft de initiatiefnemer meer tijd gekregen. Aan dit zonneparkdossier zitten mogelijk (zeer) grote financiële - en reputatierisico's.

8. Treffen voorziening i.v.m. faillissement beheer derdengelden-rekening Group Card.
Door het faillissement van Groupcard bestaat het risico dat de gemeente de eerder gestorte gelden op de derdenrekening van Groupcard niet meer zal terugontvangen. Uit onderzoek blijkt dat deze derdengeldenrekening mogelijk niet in overeenstemming met de afgesproken waarborgen en wettelijke eisen is beheerd. Hierdoor is er sprake van een verhoogd kredietrisico en kan het gestorte bedrag verloren gaan als het bij het faillissement is aangewend voor bedrijfsdoeleinden in plaats van gescheiden te blijven ten behoeve van de gemeente.

9. Huisvesting statushouders.
De gemeente heeft de taakstelling voor de huisvesting van statushouders niet volledig kunnen realiseren door beperkte toewijzingen en de krapte op de woningmarkt. Hoewel er sinds 2020 meer statushouders onderdak hebben gekregen, is de achterstand nog niet ingelopen. Indien de situatie aanhoudt, bestaat het risico dat de provincie op kosten van de gemeente extra opvang zal regelen. De gemeente is bezig met het vinden van alternatieve huisvestingsoplossingen, wat extra tijd en kosten met zich meebrengt.

10. Proof of Concept hervorming Jeugdzorg – bezuinigingen worden niet gerealiseerd.
In het kader van de hervorming van de jeugdzorg is een Proof of Concept (POC) opgezet waarbij middelen zijn verschoven met het doel om structurele besparingen te realiseren. Voor zowel 2025 als 2026 is een besparingsdoelstelling van €325.000 per jaar opgenomen. Er is echter een aanzienlijke kans dat deze besparingen niet volledig worden gerealiseerd, bijvoorbeeld door vertraging in de implementatie, onvoldoende effectiviteit van maatregelen of externe factoren.

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

Benodigde weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Inventarisatie van de weerstandscapaciteit - Benodigde weerstandscapaciteit

Als alle risico's zich gelijktijdig in hun volle omvang zouden voordoen zou een nadeel optreden van € 20,0 miljoen. Het reserveren van een dergelijk groot bedrag als buffer voor alle risico's is echter onnodig omdat het niet waarschijnlijk is dat alle risico's zich in 2025 gelijktijdig, en in hun maximale omvang, zullen voordoen.

Daarom is op basis van de geïdentificeerde risico's een risico-simulatie uitgevoerd. Bij deze simulatie is gerekend met een zekerheidspercentage van 90%. Het resultaat is, dat met een benodigde weerstandscapaciteit van € 4,4 miljoen (begroting 2025: € 4,3 miljoen, jaarrekening 2024: € 4,1 miljoen), het voor 90% zeker is dat alle risico's die zouden kunnen optreden, kunnen worden afgedekt. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door alle risico’s waarvoor (bewust) geen of onvoldoende beheersmaatregelen kunnen worden getroffen.

Beschikbare weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Inventarisatie van de weerstandscapaciteit - Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare middelen om de risico's op te vangen, noemen we de weerstandscapaciteit. Op basis van de jaarrekening 2025 bedraagt de weerstandscapaciteit € 26,3 miljoen (jaarrekening 2024: € 18,4 miljoen).

Tabel Par. A-3
Beschikbare weerstandscapaciteit
Rekening 2024 Begroot 2025 Rekening 2025
Incidentele weerstandscapaciteit (in vermogen) 15.313.899 12.144.780 22.589.473
Algemene reserve 10.367.793 11.617.419 14.153.199
Algemene dienst 9.668.422 10.476.264 13.720.419
Grondbedrijf 699.371 1.141.155 432.780
Bestemmingsreserve 704.804 704.804
Reserve bovenwijkse voorzieningen Grondbedrijf 704.804 400.361 334.804
Stille reserve (besloten te incasseren) - -
Resultaat 4.241.302 127.000 8.101.470
Structurele weerstandscapaciteit (in exploitatie) 3.096.262 3.022.857 3.648.654
Onbenutte belastingcapaciteit 3.096.262 3.022.857 3.648.654
Onvoorzien - -
Totale weerstandscapaciteit 18.410.161 15.167.637 26.238.127

Weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Inventarisatie van de weerstandscapaciteit - Weerstandsvermogen

Het is van belang om te weten of het beschikbare weerstandsvermogen toereikend is om de geïdentificeerde risico's af te dekken. 
De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risico-simulatie voortvloeit, wordt daarom afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van deze berekening vormt de ratio weerstandsvermogen.

                                                                              Beschikbare weerstandscapaciteit

Ratio weerstandsvermogen =            -------------------------------------------

                                                                               Benodigde weerstandscapaciteit

Tabel Par. A-4
Ratio weerstandsvermogen
Omschrijving Rekening 2023 Begroting 2024 Rekening 2024 Begroting 2025 Rekening 2025
Beschikbare weerstandscapaciteit 16.613.105 16.244.650 18.410.161 13.754.596 26.238.127
Benodigde weerstandscapaciteit 5.016.644 4.347.482 4.108.581 4.295.998 4.364.670
Ratio weerstandsvermogen 3,31 3,74 4,48 3,20 6,01
Waarderingscijfer Ratio Betekenis
A >2.0 uitstekend
B 1.4-2.0 ruim voldoende
C 1.0-1.4 voldoende
D 0.8-1.0 matig
E 0.6-0.8 onvoldoende
F <0.6 ruim onvoldoende

De raad heeft in de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen bepaald dat het weerstandsratio van de gemeente Drimmelen minimaal gelijk moet zijn aan 1. In dat geval is het beschikbare weerstandsvermogen precies toereikend om de risico's af te dekken. Met een ratio van 6 voldoet de gemeente in ruime mate aan die ondergrens. Het ratio is in vergelijking met de jaarrekening 2024 (4,48) en de jaarrekening 2023 (3,31) verder gestegen. 

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Inventarisatie van de weerstandscapaciteit - Financiële kengetallen

Vanaf 2016 schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor dat er in de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” een verplichte basisset van vijf financiële kengetallen moet worden opgenomen in de begroting. Dit besluit is genomen op basis van het rapport van de adviescommissie onder leiding van Staf Depla, uitgebracht in 2014. Het doel van het invoeren van deze kengetallen is voornamelijk om de financiële positie voor raadsleden beter inzichtelijk te maken. Het is echter niet bedoeld als normeringsinstrument binnen het kader van financieel toezicht. De volgende vijf financiële kengetallen zijn opgenomen in de begroting:

 1. Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen)
 2. Solvabiliteitsratio
 3. Grondexploitatie
 4. Structurele exploitatieruimte
 5. Belastingcapaciteit

Tabel Par. A-5
Jaarstukken 2025
Kengetallen Verloop van de kengetallen
Begroting 2024 Jaarrekening 2024 31-12-2024 Begroting 2025 Jaarrekening 2025 31-12-2025
1a. Netto schuldquote 57% 32% 82% 42%
1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 55% 32% 78% 37%
2. Solvabiliteitsratio 37% 42% 31% 41%
3. Kengetal grondexploitatie 0% -1% 1% 0,2%
4. Structurele exploitatieruimte 2% 1% 1% 1%
5. Belastingcapaciteit 97% 89% 97% 99%

De financiële kengetallen in de jaarrekening geven een helder beeld van de financiële positie en gezondheid van de gemeente Drimmelen. Ze zijn onmisbaar voor het beoordelen van de mate waarin de gemeente in staat is om haar huidige en toekomstige verplichtingen na te komen, investeringen te financieren, en financiële risico’s op te vangen. Elk kengetal belicht daarbij een specifiek aspect van de financiële huishouding en samen vormen ze een integraal beeld van de financiële gezondheid van onze gemeente.

Netto schuldquote (stijgt = negatieve ontwikkeling)
De netto schuldquote is een maatstaf die uitdrukt hoeveel van de jaarlijkse baten van de gemeente wordt gebruikt om de netto schuldenlast te dekken. Deze schuld bestaat uit het totaal van de schulden minus de liquide middelen en eventueel verstrekte leningen. Een hogere netto schuldquote betekent dat de gemeente meer afhankelijk is van externe financiering, wat duidt op een relatief minder gezonde financiële positie en een hogere rentelast.

In 2025 is de netto schuldquote gestegen van 32% naar 42%. Dit geeft aan dat de gemeente haar schuldenlast in verhouding tot de baten minder gunstig is geworden. Een stijgende netto schuldquote zorgt voor een minder sterke financiële positie, waardoor de gemeente moet opletten met investeringen zonder haar weerbaarheid te verminderen.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (stijgt = negatieve ontwikkeling)
Het verschil tussen de reguliere netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen is dat de reguliere netto schuldquote kijkt naar alle schulden van de gemeente, inclusief het geld dat de gemeente zelf heeft uitgeleend aan anderen. De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen haalt het uitgeleende geld van de totale schuld af. Zo geeft deze aangepaste schuldquote een realistischer beeld van de daadwerkelijke schulden die de gemeente aan externe partijen heeft.

In tegenstelling tot 2024 zijn de netto schuldquote en gecorrigeerde schuldquote niet meer gelijk aan elkaar. Dit betekent dat in 2025 de omvang van de leningen die de gemeente zelf heeft verstrekt aan derden, zoals samenwerkingsverbanden of projecten, een drukkend effect gaf op de totale schuldenlast.

Dit wijst erop dat de gemeente in 2025 relatief minder geld heeft moeten lenen van externe financiers, en/of relatief minder geld heeft uitgeleend verbonden partijen of andere organisaties. 

Solvabiliteitsratio 41% (daalt = negatieve ontwikkeling)
De solvabiliteitsratio is een belangrijke indicator voor de financiële gezondheid van de gemeente, omdat deze het eigen vermogen uitdrukt als percentage van het totale vermogen. Een hogere solvabiliteitsratio wijst op een stevigere financiële buffer, wat betekent dat de gemeente beter in staat is om financiële tegenvallers op te vangen zonder in financiële problemen te komen.

De solvabiliteitsratio is in 2025 licht gedaald van 42% naar 41%. Ondanks deze kleine terugval blijft de ratio op een gezond niveau. In 2025 zien we dat het balanstotaal toeneemt, waarbij het eigen vermogen niet in hetzelfde tempo meegroeit. Sinds 2015 is er een dalende trend zichtbaar in de solvabiliteit, waarbij de ratio vanaf 2022 onder de 50% is gezakt. Deze voortdurende daling vraagt om nauwlettend toezicht, omdat een structureel lagere solvabiliteit het financiële risico voor de gemeente kan vergroten. 

Een solvabiliteit van 41% staat nog steeds voor een buffer, waarmee de gemeente voldoende robuust blijft om economische schokken op te vangen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hanteert een ondergrens van 20% voor de solvabiliteitsratio; de gemeente Drimmelen zit hier dus nog altijd boven.

Kengetal grondexploitatie 0,2% (stijging = positieve ontwikkeling)
Grondexploitatie speelt een belangrijke rol in het financiële beleid van veel gemeenten, omdat het de kosten en opbrengsten rondom de verkoop en ontwikkeling van gemeentelijke grond weerspiegelt. Het kengetal grondexploitatie geeft de verhouding weer tussen het resultaat uit deze exploitatie en de waarde van de grondposities.

Het kengetal grondexploitatie laat een minimale stijging zien in van -1% in 2024 naar 0,2% in 2025. Dit betekent dat de gemeente Drimmelen verwacht kostenneutraal uit te komen op haar grondexploitaties. Wat inhoudt dat de geraamde kosten voor het ontwikkelen, bouwrijp maken en verkopen van gronden gelijk zijn aan de te verwachten opbrengsten. De gemeente Drimmelen blijft scherp op dit kengetal sturen om in de toekomst eventuele negatieve effecten te voorkomen.

Structurele exploitatieruimte 1% (blijft gelijk)
De structurele exploitatieruimte is een cruciale graadmeter voor de financiële gezondheid van een gemeente. Het geeft aan in hoeverre de gemeente structureel meer inkomsten dan uitgaven heeft, dus of er sprake is van een overschot of tekort in de begroting op lange termijn. Een positieve structurele exploitatieruimte betekent dat de gemeente financieel ruimte heeft voor nieuwe investeringen, voorzieningen of het opvangen van tegenvallers. Een negatieve waarde wijst op structurele tekorten die de financiële houdbaarheid kunnen ondermijnen.

In 2025 is de structurele exploitatieruimte gelijk gebleven ten opzichte van 2024. Een hogere structurele exploitatieruimte betekent in principe dat de gemeente meer financiële ruimte heeft binnen haar begroting, wat gunstig is voor het opvangen van toekomstige kosten en het realiseren van investeringen. Dit is een belangrijke constatering en creëert een positieve basis voor de toekomst. Ook in de meerjarenbegroting 2026 tot en met 2029 is dit kengetal positief. Door het opgeschoven ravijnjaar blijft dit kengetal een aandachtspunt voor de meerjarenbegroting 2027 tot en met 2030.

Belastingcapaciteit 99% (stijgt = overwegend positieve ontwikkeling)
De belastingcapaciteit geeft aan hoe de belastingdruk in gemeente Drimmelen zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde van alle gemeenten. De belastingcapaciteit wordt bepaald aan de hand van de gemiddelde woonlasten, die bestaan uit de onroerendezaakbelasting (OZB), rioolheffing en reinigingsheffing. Naast de OZB wordt ook gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing, omdat deze heffingen niet altijd volledig kostendekkend hoeven te zijn en soms bewust lager worden vastgesteld. Hierdoor kan er sprake zijn van belastingcapaciteit die nog niet volledig wordt benut.

De belastingcapaciteit is in 2025 toegenomen van 89% naar 99% van het landelijk gemiddelde.  Dit betekent dat onze gemeentelijke woonlasten nog steeds nét onder het landelijk gemiddelde liggen. Ter vergelijking: een belastingcapaciteit van 100% betekent dat de gemeentelijke woonlasten exact gelijk zijn aan het landelijke gemiddelde.

Vanuit financieel perspectief is de stijging overwegend positief te duiden. De verhoging van de lokale tarieven heeft geleid tot een toename van de structurele eigen inkomsten. Dit draagt bij aan een gezondere financiële positie en versterkt de structurele dekkingskracht van de begroting. De hogere belastingcapaciteit draagt bij aan het weerstandsvermogen, doordat de gemeente meer ruimte heeft om financiële risico’s op te vangen.

Het feit dat het percentage de 100% nadert, betekent tevens dat er nauwelijks ruimte is om de eigen structurele belastinginkomsten te vergroten zonder dat we boven het landelijk gemiddelde komen.

Samenvattende conclusie
De financiële kengetallen van de gemeente in 2025 tonen weinig veranderd beeld van de financiële gezondheid ten opzichte van 2024. Aandachtspunten zijn de stijgende netto schuldquote en de trend van het dalende solvabiliteitsratio. Ondanks dat de laatste van deze twee nog boven de norm ligt, daalt deze al jaren op rij. Met budget-neutrale grondexploitaties hopen we de risico’s op dit gebied te beperken. Tot slot versterkt de stijging van de belastingcapaciteit de financiële autonomie van de gemeente, waardoor zij beter in staat is haar eigen koers te varen. We zetten eigen structurele inkomsten tegenover structurele uitgaven.

Al met al toont de financiële positie van gemeente Drimmelen zich in 2025 gezond en veerkrachtig. Tegelijkertijd blijft het belangrijk om scherp te blijven op de dalende solvabiliteit en een structureel sluitende begroting. Met een goede monitoring en verstandig financieel beleid is de gemeente Drimmelen goed toegerust om ook op langere termijn financieel stabiel te blijven en haar ambities te verwezenlijken.

B. Lokale heffingen

Inleiding Lokale Heffingen

Terug naar navigatie - Inleiding Lokale Heffingen - Inleiding Lokale Heffingen

In de paragraaf lokale heffingen gaan we in op: de hoofdlijnen van het beleid, de lokale lastendruk, de begrote inkomsten, de mate van kostendekkendheid en een korte beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. Daarmee houden we rekening met regelgeving Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

Beleid lokale heffingen

Belastingen

Terug naar navigatie - Beleid lokale heffingen - Belastingen

Tegenover een belasting staat geen rechtstreekse individuele tegenprestatie van de gemeente. De opbrengsten dienen als algemeen dekkingsmiddel.
Onder de noemer belastingen vallen onder andere de volgende zaken bij de gemeente Drimmelen:

•    Onroerendezaakbelastingen (OZB)
•    Precariobelasting
•    Toeristenbelasting.

Retributies/rechten

Terug naar navigatie - Beleid lokale heffingen - Retributies/rechten

Rechten worden geheven voor een geleverde of een bewezen individuele dienst.
Onder de noemer rechten vallen onder andere de volgende zaken bij de gemeente Drimmelen:

•    Begraafrechten
•    Marktgelden/ standplaatsen
•    Leges, zoals secretarieleges, leges omgevingsvergunning en leges Biesbosch.

Onroerendezaakbelasting

Terug naar navigatie - Beleid lokale heffingen - Onroerendezaakbelasting

De tarieven zijn opgenomen in de belastingverordening  OZB. Deze zijn bepaald op basis van de begrote opbrengst OZB, in combinatie met de WOZ-waarde voor het belastingjaar op peildatum 1-1-2024, rekening houdende met mogelijke wijzigingen in de WOZ-waarde. 

Tabel Par.B-1: Overzicht tarieven OZB
2024 2025 Mutatie in %
zakelijk recht woningen 0,0848% 0,0878% 3,54%
zakelijk recht niet-woningen 0,1814% 0,1821% 0,39%
feitelijk gebruik niet-woningen 0,1475% 0,1495% 1,36%

Precariobelasting

Terug naar navigatie - Beleid lokale heffingen - Precariobelasting

Onder Precariobelasting valt de belasting die een gemeente mag heffen voor het gebruik van gemeentegrond. De tarieven staan in de verordening Precariobelasting. Daarnaast wordt er precario geheven voor het afmeren in de buitenhaven van Lage Zwaluwe en worden er liggelden in rekening gebracht op basis van privaatrechtelijke overeenkomsten.

Toeristenbelasting

Terug naar navigatie - Beleid lokale heffingen - Toeristenbelasting

•    Het tarief waterverblijfsbelasting is per persoon € 1,75 voor 24 uur.
•    Het tarief landverblijfsbelasting is per persoon € 1,75 voor een overnachting.
Alleen niet-inwoners betalen de toeristenbelasting, dus ook arbeidsmigranten. Behalve als zij ingeschreven zijn in de BRP (Basisregistratie Personen). De netto-opbrengst gebruiken we voor het verbeteren van toeristische voorzieningen.

Afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - Beleid lokale heffingen - Afvalstoffenheffing

De gemeente laat het huishoudelijk afval (oud papier en karton, PMD, rest- en gft-afval) door een afvalinzamelaar huis-aan-huis ophalen. Daarnaast kan je afval, soms tegen betaling, naar de milieustraat brengen. Daar betaal je belasting voor, de afvalstoffenheffing. De afvalstoffenheffing is sinds 2003 gebaseerd op het Diftar-principe. Er wordt gestreefd naar een 100% kostendekkende heffing en gebruik makend van de voor dat doel ingestelde egalisatievoorziening is de kostendekkendheid over 2025 100%.

Rioolheffing

Terug naar navigatie - Beleid lokale heffingen - Rioolheffing

In 2023 stelde de raad het  Water- en rioleringsplan Drimmelen 2023-2027 vast.  We innen de rioolheffing om de gemeentelijke kosten voor inzameling, transport van afvalwater te dekken, beheer en behoud van het rioleringssysteem te bekostigen en voor het verwerken van hemelwater. Daarnaast dekken we de kosten van maatregelen tegen de nadelige gevolgen van de grondwaterstand. Wederom wordt gestreefd om de rioolheffing 100% dekkend te laten zijn en gebruik makend van de voor dat doel ingestelde egalisatievoorziening is de kostendekkendheid over 2025 100%..

BedrijvenInvesteringsZone (BIZ)

Terug naar navigatie - Beleid lokale heffingen - BedrijvenInvesteringsZone (BIZ)

De BIZ Bruisend Made is na een succesvolle eerste periode van vijf jaar voor vijf jaar voortgezet in de periode 2023-2027. Uiterlijk 1 november dient het BIZ bestuur een schriftelijk verzoek tot BIZ subsidie voor het komende belastingjaar in bij het college. BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven en bepaald op basis van de WOZ-waarden van de panden die niet in hoofdzaak tot woning dienen.

Lijkbezorgingsrechten

Terug naar navigatie - Beleid lokale heffingen - Lijkbezorgingsrechten

Lijkbezorgingsrechten omvatten het begraven van stoffelijke overschotten, het bijzetten van urnen en het beheer en onderhoud van graven op gemeentelijke begraafplaatsen. De tarieven zijn vastgelegd in de Verordening lijkbezorgingsrechten Drimmelen en mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. Echter, de kosten overstijgen de opbrengsten. In het verleden zijn de tarieven meerdere malen aanzienlijk verhoogd. Om de begraafplaats aantrekkelijk te houden voor nieuwe begravingen, zijn hoge tarieven ongewenst. Ze kunnen zelfs resulteren in een verdere daling van het aantal begravingen en daarmee de inkomsten. Bovendien vervult de begraafplaats ook een parkfunctie, wat voor veel gemeenten een reden is om een lagere kostendekkendheid na te streven. Vanwege deze maatschappelijke betekenis zijn de tarieven niet kostendekkend.

Marktgelden en standplaatsen

Terug naar navigatie - Beleid lokale heffingen - Marktgelden en standplaatsen

De gemeente heeft weekmarkten op 3 locaties: het Dorpsplein in Terheijden, de Marktstraat te Made en de Nieuwstraat in Lage Zwaluwe. Voor het innemen van een standplaats op de weekmarkt wordt een recht geheven, het marktgeld. Daarnaast wordt een recht geheven voor de standplaatsen op overige locaties in onze gemeente. In verband met de maatschappelijke betekenis, zijn deze tarieven niet kostendekkend.

Secretarieleges

Terug naar navigatie - Beleid lokale heffingen - Secretarieleges

Secretarieleges worden geheven ter compensatie van de kosten voor diensten van de gemeenten, bijvoorbeeld voor het verstrekken van reisdocumenten, rijbewijzen, uittreksels uit de BRP en Burgerlijke Stand, aanvraag Verklaring Omtrent Gedrag, huwelijksvoltrekkingen. 

Leges Biesbosch

Terug naar navigatie - Beleid lokale heffingen - Leges Biesbosch

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning voor bijvoorbeeld het varen met een rondvaartboot of een ontheffing voor het beoefenen van modelsport in het Biesboschgebied binnen de gemeentegrenzen van Drimmelen worden leges geheven.

Lokale lastendruk

Terug naar navigatie - Lokale lastendruk - Lokale lastendruk

De lastendruk voor de afvalstoffen- en rioolheffing zijn gebaseerd op de tarieven van de verordeningen 2025, rekening houdend met gemiddeld aantal kilo rest- en gft-afval per inwoner zoals gepubliceerd door het CBS voor afvalstoffenheffing en waterverbruik voor de rioolheffing. Deze maatstaf is gewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Om te kunnen vergelijken zijn de vergelijkende cijfers voor de lastendruk aangepast naar dezelfde maatstaf. Deze zijn herleidbaar vanuit COELO. 

Tabel Par.B-2: Overzicht lastendruk
Belastingsoort lastendruk 2024 lastendruk 2025 mutatie in% nominaal Maatstaf
Onroerende zaakbelastingen € 392,00 € 410,00 4,59% € 18,00 OZB - aanslag woning met gemiddelde waarde
Rioolheffing (gemiddeld) € 268,00 € 280,00 4,48% € 12,00 Tarief rioolheffing meerpersoonshuishouden
Afvalstoffenheffing (gemiddeld) inclusief milieustraat en huis-aan-huisinzameling € 352,00 € 355,00 0,85% € 3,00 Tarief afvalstoffenheffing meerpersoonshuishouden
Totaal gemiddeld per huishouden € 1.012,00 € 1.045,00 3,26% € 33,00

De omvang van de totale lokale lastendruk is in 2025 gestegen als gevolg van hogere netto-lasten onroerende zaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing. De stijging van de onroerendezaakbelasting (OZB) wordt bepaald door de OZB-index. De tarieven worden vastgesteld op basis van de verwachte inkomsten uit de OZB en de Waardering Onroerende Zaken (WOZ)-waarde voor het betreffende belastingjaar (inclusief de verwachte stijging van de marktwaarde). De definitieve tarieven zijn vastgesteld tijdens de Raadsvergadering op 12 december 2024.

Afvalstoffenheffing berekenen we met de gemiddelde kosten per aansluiting. We passen hier een vast recht en een variabel tarief toe. Het variabel tarief bestaat uit het betalen per lediging. Naast de kosten zetten we ook een voorziening afval in om grote schommeling te voorkomen. In 2025 heeft een kostenstijging van de afvalstoffenheffing plaatsgevonden ondanks de inzet van de voorziening. Dit wordt veroorzaakt door de hoge inflatie waardoor de kosten zijn gestegen. 

Rioolheffing berekenen we met de gemiddelde kosten per aansluiting. De rioolheffing bestaat uit twee onderdelen. Te weten een vast recht en een variabel tarief waarbij we rekenen met watergebruik. We zetten ook een voorziening rioolheffing in om grote schommeling in tarief te voorkomen. 

Tabel Par.B-3: Overzicht heffingen
Soort belasting of heffing Prg. Opbrengsten begroting 2025 (incl. wijzigingen) Opbrengsten jaarrekening 2025 Saldo opbrengsten jaarrekening - begroting Werkelijke uitgaven Mutatie voorziening Kosten Dekkendheid
OZB 6.014.000 6.097.773 83.773
Precario 55.092 52.923 -2.168
Toeristenbelasting 325.000 262.290 -62.710
Totaal Belastingen (algemeen dekkingsmiddel) 6.394.092 6.412.986 18.894
Afvalstoffenheffing (*) 3 3.800.000 3.779.816 -20.184 3.909.960 85.334 100%
Rioolheffing 2 3.500.001 3.422.837 -77.165 3.716.227 -293.391 100%
Bedrijveninvesteringszone (BIZ) 3 22.410 27.925 5.515 27.925 0
Totaal Bestemmingsbelastingen / heffingen 7.322.411 7.230.578 -91.833 7.654.112 -208.057
Lijkbezorging 2 96.750 -38.823 -135.573 176.246 -22%
Marktgelden / standplaatsen 3 26.091 23.159 -2.932 50.260 46%
Leges Div. 1.729.827 2.005.359 275.532
Totaal Retributies / rechten 1.852.668 1.989.695 137.027 226.506 0
Totaal 15.569.170 15.633.258 64.088 7.880.618 -208.057
*opbrengst afvalstoffenheffing, daarnaast € 215.000 opbrengsten welke wel onderdeel zijn van kostendekkendheidberekening

Kwijtschelding

Terug naar navigatie - Kwijtschelding - Kwijtschelding

In de gemeente Drimmelen kun je kwijtschelding aanvragen voor de onroerendezaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Voor andere belastingen wordt geen kwijtschelding gegeven.
De gemeente Drimmelen hanteert een kwijtscheldingsnorm van 100% van de bijstandsuitkering, terwijl de landelijke norm 90% is. Hierdoor komen meer mensen in aanmerking voor kwijtschelding. Dit betekent dat iedereen met een inkomen op bijstandsniveau kwijtschelding kan krijgen, zolang hij/zij geen vermogen heeft. Vermogen is bijvoorbeeld spaargeld, een auto of een huis.
Sinds 1 januari 2023 is de vermogensnorm voor kwijtschelding versoepeld. Inwoners met een laag inkomen mogen nu een kleine buffer hebben voor onverwachte uitgaven, zonder dat dit invloed heeft op hun kwijtschelding. Hierdoor kunnen inwoners enigszins reserveren en worden ze meer zelfredzaam.

Tabel Par.B-4: Overzicht kwijtscheldingen
Soort belasting of heffing Jaarrekening Jaarrekening
2024 2025
Aantal toekenningen (ook gedeeltelijk) 241 284
Waarvan automatisch verleend 120 161
Afwijzingen 133 137
Bedrag kwijtschelding rioolheffing € 59.000 € 71.000
Bedrag kwijtschelding afvalstoffenheffing € 82.000 € 84.000

C. Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding Onderhoud kapitaalgoederen

Terug naar navigatie - Inleiding Onderhoud kapitaalgoederen - Inleiding Onderhoud kapitaalgoederen

Onze gemeente beheert ongeveer 385 hectare openbare ruimte. Iedereen die hier woont, werkt of recreëert maakt daar gebruik van. De gemeente maakt dit mogelijk door het aanleggen en in stand houden van onder andere wegen, groen en riolering. Maar ook door het aanbrengen van verkeersmaatregelen (zoals verkeersborden en drempels), straatmeubilair en openbare verlichting. We noemen dat de kapitaalgoederen van de openbare ruimte.

Bij het inrichten, onderhouden en beheren van de openbare ruimte houden we rekening met de vigerende wetgeving en besluiten zoals: De wegenwet van 1930, De Wegenverkeerswet van 1994, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer, Wet geluidhinder, Bouwstoffenbesluit, Wet milieubeheer, Waterschapskeur, Reglement op de watergangen Noord-Brabant, Wet telecomvoorzieningen, Wet energiedistributie artikel 16, Besluit veiligheid attractie-, en speeltoestellen van 1997 etc. Het onderhoud en beheer van de openbare ruimte verdelen we in drie categorieën: dagelijks onderhoud, structureel onderhoud, en vervangingsonderhoud.

Het samenspel van dagelijks onderhoud, structureel onderhoud en vervangingsonderhoud zorgt ervoor dat de openbare ruimte schoon, heel, veilig en voor iedereen bruikbaar is. Bij herinrichting van de Openbare Ruimte wegen we verschillende belangen af. De laatste jaren zijn ook toegankelijkheid, klimaatadaptatie en duurzaamheid belangrijke thema’s. Structureel onderhoud en vervangingsonderhoud worden uitgevoerd op basis van een Meerjaren Onderhouds Plan (MOP). Het MOP wordt opgesteld op basis van (visuele) inspecties, technische gegevens en geformuleerd doelstellingen.

Structureel onderhoud en vervangingsonderhoud pakken we zoveel als mogelijk integraal aan (werk met werk maken). Zo nemen we bij rioolvervangingen en renovaties van straten, maatregelen voor openbare verlichting, het openbaar groen en verkeer in de plannen mee. Bij de voorbereiding van deze plannen wordt afgestemd met de bewoners. Door deze integrale aanpak kan maximaal ingespeeld worden op wensen van bewoners.

Toelichting onderhoud kapitaalgoederen

a. Wegen

Terug naar navigatie - Toelichting onderhoud kapitaalgoederen - a. Wegen

Het beleidskader met betrekking tot Wegen legden we vast in het Beleidsplan wegen 2021-2030; "Op weg naar grotere burgertevredenheid".
Het uitgangspunt is kwaliteit gestuurd onderhoud op basis van tweejaarlijkse weginspecties.

Wij grijpen in bij de overgang van kwaliteitsniveau C (slecht) naar D (zeer slecht). Bij onze hoofdfietsroutes en voetpaden grijpen we eerder in, namelijk bij de overgang van kwaliteit B (matig) naar C. Hiermee borduren we grotendeels voort op het vorige beleid, maar met meer aandacht voor de voetpaden.
Kwaliteit D zien we als “achterstallig onderhoud”. Wegvakonderdelen met een kwaliteit D onderhouden we in het eerstvolgende jaar. Toch kunnen we besluiten om werkzaamheden op wegen incidenteel uit te stellen. Dit heeft dan te maken met andere werkzaamheden die ook in die straat plaatsvinden. Uiteraard zorgen we altijd voor een veilige situatie. 

Op basis van de 90%-regel is de gemiddelde kwaliteit van het gehele wegennet bepaald. Hierbij bepalen we bij welke beeldkwaliteit we de grens van 90% bereiken. Het algemeen kwaliteitsniveau van de verhardingen in de gemeente Drimmelen is B.

Andere uitgangspunten van het wegenbeleid:

  • We pakken wortelopdruk actiever en structureler aan, o.a. door het vergroten van boomvakken;
  • Langs de hoofdlandbouwroutes passen we bermverharding toe;
  • Binnen de bebouwde kom en op fietspaden passen we geen slijtlagen toe;
  • Voor het vergroten van de burgertevredenheid pakken we jaarlijks een kern aan. Hierbij voeren we werkzaamheden uit, waarbij het conform de inspectienormen niet noodzakelijk is om onderhoud uit te voeren. We verhogen hiermee de om de algehele kwaliteit van de verhardingen en daarmee de burgertevredenheid.

b. Riolering

Terug naar navigatie - Toelichting onderhoud kapitaalgoederen - b. Riolering

Op gemeentelijk niveau is begin 2023 het Water en Rioleringsplan Drimmelen 2023-2027 vastgesteld.  Door de integrale benadering van het gehele watersysteem vindt in dit beleidsplan zowel riolering als water plaats en is afgestemd op het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA 2018).

De doelen van het Deltaplan zijn: 
Analyseren van de gevolgen van klimaatverandering (tot 2050) voor diverse functies in een gebied; 
Bepalen van een strategie en concrete doelen (tot 2050) voor het verbeteren van de water robuust- en klimaatbestendigheid; 
Uitvoering geven aan de strategie door dit vast te leggen in beleidsplannen, wetten en regels.

Beleidsuitgangspunten:
Bij het vaststellen van het Waterbeleidsplan (WRP) zijn nieuwe ambities vastgesteld. Deze ambities anticiperen vooral op klimaatverandering. 

Afvalwater: het verzamelen en afvoeren van afvalwater gebeurt op een milieu hygiënische wijze. 
Hemelwater: We infiltreren zo veel als mogelijk. Water op straat situaties zijn noodzakelijk, schade bij bui 09 trachten we te voorkomen. 
Grondwater: We anticiperen op grondwaterknelpunten zoals bodemdaling door lage grondwaterstanden of grondwateroverlast door storende grondlagen.

c. Water

Terug naar navigatie - Toelichting onderhoud kapitaalgoederen - c. Water

In het Water en Rioleringsplan namen we ook ambities voor oppervlaktewater op.

Oppervlaktewater:

  • Slechte oppervlaktekwaliteit beperken we;
  • Oppervlaktewater proberen we lang vast te houden;
  • Wateroverlast door oppervlaktewater beperken we in samenwerking met het waterschap.

In de notitie Baggeren havens (2014) namen we een aantal streef dieptes op. Een ander uitgangspunt bestaat uit het eens in de vijf jaar monitoren van de diepten in de havens.  In 2026 starten we met het opstellen van een baggerbeheerplan met betrekking tot de havens.

d. Groen

Terug naar navigatie - Toelichting onderhoud kapitaalgoederen - d. Groen

Groenbeleid
Het beleidskader voor het openbaar groen is vastgelegd in het integraal groenbeleidsplan 2017–2026 ‘Groen leeft en verbindt’, waarin biodiversiteit en duurzaamheid centraal staan. Het groenbeleid is gericht op duurzaam kwaliteitsgroen. Dit betekent dat:

  • geen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen worden gebruikt;
  • op geschikte locaties een bepaalde mate van kruidengroei wordt geaccepteerd;
  • het minimale onderhoudsniveau van groen en onkruid op verhardingen wordt uitgevoerd op beeldkwaliteit B;
  • grove heesters worden onderhouden op beeldkwaliteit C;
  • centra en hotspots worden onderhouden op beeldkwaliteit A;
  • het onderhoud mede wordt afgestemd op de tevredenheid van inwoners.

Het integrale groenbeleidsplan ambieert om de EVZ Terheijden – Zonzeel verder te ontwikkelen. In 2025 is het project samen met het Waterschap opgepakt en is besloten om delen van de EVZ te realiseren. Het voorlopig ontwerp werd gemaakt en besproken met aangrenzende agrariërs. Het definitieve ontwerp wordt momenteel gemaakt. De incidentele aankoop- en inrichtingskosten van het gemeentelijk deel van een aaneengesloten EVZ waren tijdelijk voor 75% subsidiabel.

Bomenbeleid
Voor bomen wordt gewerkt met een waardevolle bomenkaart, waarin beschermingswaardige en beeldbepalende bomen zijn opgenomen.

Bermenbeleid
Het ecologisch bermbeheer is een groeiproces waarbij wordt gestreefd naar beplanting die van nature in bermen voorkomt. Met name grotere gebieden en brede bermen zijn hiervoor kansrijk. Daarbij wordt rekening gehouden met:

  • de verkeersveiligheid;
  • het beheersen van specifieke soorten, zoals Jacobskruiskruid en invasieve exoten.

 

e. Gebouwen

Terug naar navigatie - Toelichting onderhoud kapitaalgoederen - e. Gebouwen

 

In het derde kwartaal van 2025 heeft een actualisatie van de geplande onderhoudswerkzaamheden plaatsgevonden voor de periode van 2026-2045 en wordt er een uitvoeringsprogramma opgesteld voor de periode 2026-2035. We zijn in 2024 gestart met het opstellen van de routekaart op het gebied van duurzaamheid. Door de complexiteit van het maken van deze routekaart en de beperkte capaciteit bij gebouwenbeheer is het opstellen van deze routekaart vertraagd. In het 4e kwartaal van 2025 is er definitief gestart met het opstellen van de routekaart.

Overigens is om te komen tot betrouwbaardere onderhoudsplanning die de mogelijkheid heeft om te kunnen anticiperen op vragen uit de organisatie, maatschappij en het gemeentebestuur is gekozen voor de methode van Conditiemeting conform NEN 2767. 

In 2015 heeft besluitvorming plaatsgevonden over het gewenste conditieniveau (conditie 1 t/m 6) waaraan de panden moeten voldoen. Deze besluitvorming is getoetst in 2020 en opnieuw vastgesteld in 2025/2026 conform NEN 2767.

Conditie definitie en omschrijving;
Conditie 1: uitstekend nieuwbouwkwaliteit en/of met nieuwbouw vergelijkbare kwaliteit;
Conditie 2: goed nieuwbouwkwaliteit met de eerste tekenen van feitelijke veroudering;
Conditie 3: redelijk het verouderingsproces is over de gehele linie duidelijk op gang gekomen; 
Conditie 4: matig het verouderingsproces heeft het element of het gebouw duidelijk in zijn greep;
Conditie 5: slecht het verouderingsproces is min of meer onomkeerbaar geworden c.q. heeft het element/het gebouw zeer duidelijk in zijn greep 
Conditie 6: zeer slecht een zodanig slechte toestand dat dit niet meer te classificeren is onder conditie 5. 

Bij de behandeling van de geplande onderhoudswerkzaamheden is conform het BBV een splitsing aangebracht in het exploitatie klein onderhoud en groot onderhoud. Het exploitatie onderhoud is conform besluitvorming van 2022 opgenomen in de begroting en maakt geen onderdeel meer uit van de voorzieningen.

In maart 2022 heeft er besluitvorming (raadsbesluit) plaatsgevonden om de voorziening op te hogen i.v.m. prijsstijgingen.

Tabel overzicht areaal

Terug naar navigatie - Toelichting onderhoud kapitaalgoederen - Tabel overzicht areaal
Tabel Par. C-1 Overzicht areaal
Areaal Jaarrekening 2024 Jaarrekening 2025
Objecten openbare ruimte Onderdeel Aantal Aantal Eenheid
a. Wegen Asfalt  796.084 806.472 m2
Elementen  1.236.154 1.264.420 m2
Beton  32.516 40.363 m2
Halfverharding  50.897 66.839 m2
b. Riolering Vrijverval riolering  131.236 227.163 m1
Drukriool  42.762 51.410 m1
Individuele Behandeling Afvalwater (IBA)  83 75 stuks
Gemalen (groot en klein)  400 305 stuks
Bergbezinkbassins  8 9 stuks
c. Water Watergangen  200.681 93.453 m1
Stedelijk water  20.182 20.128 m2
Havens  269.280 269.280 m2
d. Groen Bomen  17.149 17.802 stuks
Beplanting  432.117 505.768 m2
Gras  495.659 720.430 m2
Bermen  1.463.370 1.674.410 m2
Ecologische VerbindingsZones (EVZ)  3 3 stuks
e. Openbare verlichting Masten  6.597 6.547 stuks
Armaturen  6.641 6.591 stuks
Lampen  6.751 6.701 stuks
f. Civiele kunstwerken Objecten havens  45 45 stuks
Bruggen (hout, staal, beton), duikerbruggen  33 33 stuks
Duikers (beton)  227 227 stuks
Beschoeiingen onbekend 7.000 m1
Objecten overige (vissteigers / beschoeiingen)  15 6 stuks
*In 2025 is gewerkt aan het up to date brengen van de data, wat onderlinge verschuivingen tot gevolg heeft gehad en meer volledigheid.

Tabel onderhoud kapitaalgoederen

Terug naar navigatie - Toelichting onderhoud kapitaalgoederen - Tabel onderhoud kapitaalgoederen
Tabel Par. C-2 Onderhoud kapitaalgoederen
Prg. Exploitatie Primaire Begroting Begroting na wijziging Realisatie Saldo
2025 2025 2025
2. a. Wegen
Klein onderhoud (incl. halfverhardingen) € 300.000 € 485.000 € 651.639 € -166.639
Asfaltverhardingen: uitvullen/-vlakken/herprofileren bermen € 28.000 € 28.000 € 33.505 € -5.505
€ 328.000 € 513.000 € 685.144 € -172.144
2. b. Riolering
Onderhoud vrij verval riolering € 100.000 € 100.000 € 174.374 € -74.374
Reparaties / renovatie strengen e.d. € 75.000 € 75.000 € 63.597 € 11.403
Onderhoud drukriolering € 115.000 € 115.000 € 154.606 € -39.606
Onderhoud Individuele Behandeling Afvalwater (IBA's) € 25.000 € 25.000 € 782 € 24.218
Preventief opschonen overstort sloten 250 meter, 1x per jaar € 21.000 € 21.000 € - € 21.000
€ 336.000 € 336.000 € 393.358 € -57.358
2. c. Water
Onderhoud watergangen en stedelijk water € 268.000 € 268.000 € 247.313 € 20.687
€ 268.000 € 268.000 € 247.313 € 20.687
2. d. Groen
Onderhoud bomen, bossen en bosplantsoenen € 412.941 € 412.941 € 397.055 € 15.886
Onderhoud cultuurbeplanting en grasvegetaties (incl. verhoging biodiversiteit, stortkosten) € 1.052.108 € 1.052.108 € 1.167.710 € -115.602
Onderhoud ecologische verbindingszones (EVZ) € 42.715 € 42.715 € 44.562 € -1.847
Onderhoud bermen (incl. egalisatie, verhoging biodiversiteit, stortkosten) € 277.600 € 277.600 € 255.083 € 22.517
€ 1.785.365 € 1.785.365 € 1.864.410 € -79.045
Div. e. Gebouwen
Klein onderhoud gebouwenbeheer € 299.300 € 299.300 € 407.809 € -108.508
€ 299.300 € 299.300 € 407.809 € -108.508
2. f. Civiele kunstwerken
Onderhoud civ. kunstwerken (incl. beschoeiingen waterpartijen) € 63.000 € 63.000 € 13.105 € 49.895
€ 63.000 € 63.000 € 13.105 € 49.895
Totaal exploitatie € 3.079.665 € 3.264.665 € 3.611.139 € -346.474
Prg. Onderhoudsvoorzieningen Primaire Bijgestelde Realisatie Saldo
(stortingen) begroting Begr. 2025 2025 2025
2. a. Wegen 1.341.713 1.341.713 1.353.691 -11.978
Div. f. Gebouwen 646.949 646.949 646.949 -
Totaal onderhoudsvoorzieningen 1.988.662 1.988.662 2.000.640 -11.978

De toelichtingen op de financiële afwijkingen (> € 25.000) en de vervangingsinvesteringen zijn opgenomen in de diverse programma's (onderdeel Begrotingsafwijkingen, Openstaande en Afgesloten kredieten).

D. Financiering

Treasuryfunctie: Taken en Beleid

De financieringsparagraaf biedt inzicht in de ontwikkelingen rondom de meerjarige gemeentelijke financiering en het hierbij gevoerde beleid door de gemeente Drimmelen. Daarnaast brengt deze paragraaf de bijbehorende risico’s in kaart en wordt toegelicht welke maatregelen worden genomen om deze risico’s te beheersen.

In 2025 is het vernieuwde Treasurystatuut Drimmelen 2024 van kracht voor de gemeente. Dit statuut vervangt het vorige stresurystatuut uit 2017 en sluit aan bij de actuele wet- en regelgeving, waaronder de gewijzigde Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de actuele inzichten op het gebied van risicobeheersting, duurzaamheid en transparantie in treasurybeheer.  Het bevat richtlijnen voor het aantrekken en uitzetten van geldmiddelen, het beheersen van financiële risico’s en het waarborgen van de liquiditeitspositie. Met het vernieuwde treasury statuut wordt bijgedragen aan een transparante, verantwoorde en doelmatige uitvoering van het financieel beleid. 

De wet Fido geeft de belangrijkste kaders van de gemeentelijke treasuryfunctie weer. Leningen aangaan, middelen uitzetten of garanties verlenen gebeurt uitsluitend ten behoeve van de publieke taak. Daarnaast is het belangrijk om het renterisico te beheersen, waarbij de wettelijke normen (de kasgeldlimiet en de renterisiconorm) niet worden overschreden. 

Financieringsbeleid

Externe rentelasten en -baten
In 2025 bedragen de externe rentelasten in totaal € 1.174.872. Deze hebben betrekking op rente van de langlopende geldleningen en kortlopende kasgeldleningen. De externe rentebaten hebben betrekking op de ontvangen rente uit verstrekte geldleningen aan derden en het aangehouden tegoed bij de Rijks Schatkist. Voor 2025 bedragen de rentebaten in totaal € 227.537.

Rente grondexploitatie
De renteparameter in grondexploitaties bepalen we volgens de renteomslag (zie paragraaf G. Grondbeleid) voor verdere informatie. 

Omslagrente
Conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dienen rentekosten aan de betreffende taakvelden te worden toegerekend via een (rente)omslag. De berekeningswijze hiervan is in het BBV voorgeschreven. Bij de begroting wordt de omslagrente bepaald door de werkelijk aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde van de vaste activa. Deze omslagrente wordt vervolgens op een consistente en eenduidige manier toegerekend aan de individuele activa.

Voor 2025 bedraagt het omslagpercentage 1%.

Geldleningen en garanties

Kredietrisico op uitstaande leningen
De gemeente Drimmelen verstrekt onder voorwaarden leningen aan derden.  Een deel van de uitstaande leningen zijn gedekt door hypothecaire zekerheden. Er wordt wel een (verhoogd) risico gelopen over de leningen zonder hypotheek. Om de risico’s inzichtelijk te maken wordt jaarlijks een risicoschatting gemaakt. Hieruit komt naar voren dat de risico’s die de gemeente over deze leningen loopt beperkt zijn, waardoor geen aanvullende maatregelen nodig zijn en er geen kredietrisicovoorziening is gevormd

In het kader van duurzaam financieren verleent de gemeente ondersteuning via revolverende fondsen. Een voorbeeld is het fonds ‘Leningen Duurzaam Wonen’, bestaande uit starters- en duurzaamheidsleningen. Deze leningen worden verstrekt aan inwoners om de kwaliteit van wonen binnen de gemeente te verbeteren.
Het fonds wordt beheerd door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn), een stichting die zich richt op het ontwikkelen van financieringsinstrumenten voor woning gerelateerde doelstellingen.

 

Kredietrisico op garantstellingen
De gemeente Drimmelen kan naast leningen ook garantstellingen aan derden verstrekken. In het geval van een garantstelling geeft de gemeente een garantie aan de bank dat de lening wordt terugbetaald. Met deze garantie kan een partij, onder gunstigere voorwaarden, een lening afsluiten bij een bank. Voor borgstellingen aan zorginstellingen is onderpand verkregen door middel van het recht van eerste hypotheek. Voor overige garanties is geen onderpand verkregen. Op basis van de huidige inzichten zijn de risico’s echter beperkt en is er geen voorziening gevormd.

Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) verleent garanties aan woningcorporaties en heeft een Triple A kredietrating. Bij eventuele betalingsproblemen worden verplichtingen eerst gedekt door het risicovermogen en de obligoverplichtingen van de deelnemers. Pas als het risicovermogen (inclusief ontvangen obligo) onder de 0,25% van het garantievolume daalt, treedt de achtervangpositie van het Rijk en de betrokken gemeente in werking.
Het WSW beoordeelt jaarlijks de financiële positie van corporaties en verstrekt alleen garanties aan financieel gezonde partijen. Alle borgstellingen van woningstichtingen in de gemeente Drimmelen worden opgenomen in de overzichten van het WSW. 

In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de geldleningen waarvoor de gemeente Drimmelen garant staat. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de gemeentelijke achtervangpositie bij het (WSW) en garanties voor rechtspersonen.

Tabel Par.D-1 (bedragen x € 1.000)
Gewaarborgde geldleningen 31/12/2024 aflossing 2025 31/12/2025
Zorginstellingen 611 50 561
Woningbouwvereniging 1.081 253 828
Sportverenigingen 397 13 384
Totaal gewaarborgde leningen derden 2.089 316 1.773
Woningbouwverenigingen onder WSW verband 91.556 89.364
Totaal 93.645 316 91.137

Kasgeldlimiet

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Kasgeldlimiet - Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet bepaalt het maximale bedrag aan kortlopende financieringsmiddelen (met een looptijd van minder dan één jaar) dat de gemeente mag aantrekken. Deze limiet vormt daarmee een grens aan het renterisico dat wordt gelopen op de kortlopende schulden. Wanneer de kasgeldlimiet wordt overschreden, is de gemeente verplicht deze kortlopende schuld om te zetten in langlopende schuld (looptijd langer dan één jaar). 

De kasgeldlimiet wordt jaarlijks vastgesteld en bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten. Voor de gemeente Drimmelen ligt de kasgeldlimiet in 2025 op € 6.742.000. In 2025 is deze limiet niet overschreden.

Renterisiconorm

Het vermijden van grote schommelingen in de rentelasten door renteschommelingen is een belangrijk uitgangspunt bij langlopende financieringen. Om deze effecten te beheersen, is in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido) de renterisiconorm vastgelegd. Deze norm heeft tot doel het renterisico op de vaste schuld te beperken door spreiding aan te brengen in de looptijden van de leningenportefeuille. Door de langlopende financiering binnen de grenzen van de renterisiconorm te houden, wordt het renterisico op verantwoorde wijze beheerst. De renterisiconorm is 20% van de totale begroting. De renterisiconorm bedraagt € 15,6 miljoen voor 2025. 

Tabel Par.D-2 (bedragen x € 1.000)
Toets renterisiconorm
Omschrijving Rekening 2025
Basisgegevens renterisiconorm
Renteherzieningen op leningen o/g
Renteherzieningen op leningen u/g -
Te betalen aflossingen 5.012
Renterisico 5.012
Begrotingstotaal 2025 79.320
Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 0
Renterisiconorm 15.864
Toets renterisiconorm
Ruimte (+) c.q. overschrijding (-) 10.852

Schatkistbankieren

Sinds eind 2013 moeten gemeenten hun extra geld op een rekening bij het Rijk zetten. Dit heet schatkistbankieren. Gemeenten hebben soms meer geld dan ze direct nodig hebben, en dat geld wordt dan tijdelijk bij het Rijk. Vanaf 1 juli 2021 is het bedrag dat gemeenten zelf mogen houden, verhoogd tot 2% van hun begroting. Voor onze gemeente betekent dit dat we in 2025 bijna € 1,6 miljoen op de spaarrekening mogen hebben staan. We gebruiken de rekening bij het Rijk alleen voor het bewaren van tijdelijk extra geld. Dit gebeurt automatisch wanneer we meer geld hebben dan nodig.

Tabel Par.D-3 (bedragen x € 1.000)
Drempelbedrag schatkistbankieren 2025 Q1 2025 Q2 2025 Q3 2025 Q4
Grondslag voor norm: omvang oorspronkelijke begroting 79.320 79.320 79.320 79.320
Drempelbedrag o.g.v. Wet Fido 1.586 1.586 1.586 1.586
Gemiddelde omvang banksaldi 304 309 308 322
Ruimte (+) / overschrijding (-) 1.283 1.277 1.278 1.264

Treasuryresultaat

Het Treasuryresultaat over 2025 zal naar verwachting op € 50.000 negatief uitkomen. We rekenen niet de volledige rentelast toe aan de taakvelden (de vaste activa), wat resteert tot een negatief resultaat. Gezien de beperkte omvang is er voor gekozen om niet de omslagrente aan te passen. 

 

Tabel Par. D-4
Renteresultaat
Omschrijving Bedrag
Externe rentelasten over de korte en lange financiering 1.174.872
Externe rentebaten -227.537
Saldo door te rekenen externe rente 947.335
Rente die aan de grondexploitatie doorberekend moet worden 7.960
Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld toegerekend moeten worden -
Saldo door te rekenen externe rente 955.295
Rente over eigen vermogen -
Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) -
Totaal aan taakvelden (programma's inclusief overzicht overhead) toe te rekenen rente 955.295
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (va renteomslag) 897.886
Renteresultaat op het taakveld Treasury 57.409

E. Bedrijfsvoering

Personeel en Organisatie

Terug naar navigatie - Personeel en Organisatie - Personeel en Organisatie

In 2025 hebben we stappen gezet om het team HR opnieuw in te richten. Daarbij is ook de bezetting op sterkte gebracht. Nu is HR volledig op orde om de gereedschapskist waarmee we op het personele vlak sturing geven te gaan verbeteren. Met als doel een aantrekkelijk werkgever te zijn en blijven.  We hebben hiervoor eind 2025 een HR-plan vastgesteld. In het HR-plan zijn voor de komende 3 jaar acties uitgewerkt die we moeten oppakken om de basis op orde te brengen op gebied van HR en werkgeverschap. We zijn hiermee inmiddels voortvarend van start gegaan.

In 2025 hadden we gepland over te stappen naar een nieuw functiehuis. We hebben er echter begin 2025 voor gekozen om het eerder gekozen nieuwe systeem niet door te zetten, omdat dit niet passend was bij de functies die we als gemeente nu en in de toekomst nodig hebben. We hebben daarom een heroverweging gedaan en stappen in 2026 over naar HR21. Dit functiewaarderingssysteem wordt aanbevolen in de CAO Gemeenten en past bij een gemeentelijke organisatie. De overstap naar een nieuw functiewaarderingssysteem is nodig om helderheid te scheppen in functies en wegingen, waarbij we ook in de toekomst arbeidsvoorwaarden kunnen bieden die passend zijn bij onze taken. Bovendien wordt het gebruik van HR21 naar verwachting in de toekomst een verplichting vanuit de CAO. Daarnaast hebben we het afgelopen jaar de overstap gemaakt naar een nieuw personeelsinformatiesysteem, genaamd Youforce. 

Informatievoorziening

Terug naar navigatie - Informatievoorziening - Informatievoorziening

Centraal staat in de uit te voeren werkzaamheden het vastgestelde informatiebeleid 2024 -2027.
In 2025 hebben we het volgende gerealiseerd:

1. Selectie van een nieuwe ICT partner voor het leveren van de digitale werkplek Drimmelen.
In Q2 2025 hebben we de opdracht voor de ICT dienstverlening gegund. Vanaf augustus zijn we aan de slag gegaan met de voorbereidingen om de overstap te gaan maken in april 2026. We hebben in 2025 de ontwerpfase en het eerste deel van de bouwfase doorlopen.

2.  Verbeteren van informatiebeheer en dienstverlening.
We hebben een pilot gedraaid om per cluster de informatiehuishouding naar een hoger niveau te tillen. Hierbij hebben we het gesprek gevoerd over gewenste procesverbeteringen, werkafspraken, informatieveiligheid, informatiebeheer, informatievoorziening, wet- en regelgeving zoals de WOO, WMEBV en WEP, en dienstverlening. We hebben het als een succes beleefd om te werken aan een gezamenlijk beeld van de opgave per cluster om vervolgens verbeteringen te prioriteren. Dit gaan we in 2026 uitbreiden naar alle clusters.

3.  Implementatie van een nieuw financieel pakket.
Het nieuwe financieel pakket is operationeel.

4.  Implementatie van een nieuw pakket voor personeel en salarisadministratie.
De voorbereidingen voor de implementatie van het nieuwe pakket voor personeel en salarisadministratie Youforce zijn uitgevoerd in 2025, waarna we begin 2026 live zijn gegaan.

5. Structurele doorontwikkeling in de ketens
Op alle ketens zijn er grotere en kleinere verbeteringen doorgevoerd die een bijdrage leveren aan de bedrijfsvoering en de dienstverlening. 

Informatiebeveiliging en Privacy

Terug naar navigatie - Informatiebeveiliging en Privacy - Informatiebeveiliging en Privacy

De gemeente verwerkt veel gegevens van inwoners en bedrijven en vindt het belangrijk om op een juiste manier met deze gegevens om te gaan. Daarom wordt ingezet op de juiste beveiliging van deze gegevens en de bescherming van de privacy rechten van inwoners, ondernemers en werknemers. Hiervoor geldt de wettelijke grondslag op basis van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Wet politiegegevens (Wpg).

ENSIA 
De methode waarmee gemeenten verantwoording afleggen over het niveau van hun informatiebeveiliging heet ENSIA, Eenduidige Normatiek Single Information Audit. ENSIA helpt gemeenten in één keer verantwoording af te leggen over informatieveiligheid gebaseerd op de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). ENSIA structureert ook de verantwoording richting de rijksoverheid, over de Basisregistratie Personen (BRP) en reisdocumenten, Digitale identiteit (DigiD), Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), Basisregistratie Ondergrond (BRO) en Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (SUWI). 

De zelfevaluatie ENSIA 2025 wees uit dat de beheersingsmaatregelen van Drimmelen voldoen aan de normen die voor DigiD worden gesteld en voldoen aan de normen die voor SUWI worden gesteld. De uitkomst van de zelfevaluatie werd op deze punten door een externe, onafhankelijke auditor beoordeeld. 

Uit de verantwoordingsrapportage is gebleken dat ook de BAG, BGT en de BRO voldeden aan de normen in 2025. 

Meldplicht datalekken 
Onder de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) geldt de meldplicht datalekken. Dit houdt in dat incidenten, waaronder inbreuken met persoonsgegevens, gemeld moeten worden aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en/of de betrokkene(n). Bij een datalek van persoonsgegevens wordt de impact beoordeeld. Bepaald wordt of het datalek moet worden gemeld aan de AP en de betrokkenen. Daarnaast wordt onderzocht welke maatregelen de gemeente moet treffen zodat het aantal datalekken zo beperkt mogelijk blijft. 

De beveiligingsincidenten en datalekken worden bijgehouden in een register. In 2025 is het aantal beveiligingsincidenten afgenomen. Voorbeelden zijn pogingen tot phishing, CEO-fraude (nepfacturen) en waarschuwingen over mogelijke kwetsbaarheden in software die misbruikt kunnen worden door hackers. In 2025 was sprake van 32 beveiligingsincidenten t.o.v. 41 beveiligingsincidenten in 2024. Hierbij was er geen sprake van een datalek dat gemeld moet worden bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

Rechten van betrokkenen 
Alle processen voor de interne afhandeling van verzoeken over rechten van betrokkenen zijn vastgelegd. Inwoners kunnen een verzoek ook via de website van de gemeente Drimmelen indienen. Daarnaast kan een inwoner een privacymelding bij de Functionaris Gegevensbescherming neerleggen. In 2025 is er één AVG-verzoek tot inzage binnengekomen, dit bleek een inzageverzoek BRP. Daarnaast is er één verzoek tot het wissen van gegevens van een eerder inzageverzoek binnengekomen.

Bewustwording en training
Het programma om collega's te trainen en zich bewust te maken van het belang van een zorgvuldige omgang met gevoelige informatie werd voortgezet in 2025. Via tweewekelijkse vragen werden en worden medewerkers bevraagd op hun houding, kennis en gedrag. De informatie uit deze nano-learning geeft voeding aan training op maat. In het introductieprogramma voor nieuwe medewerkers is een module Informatiebeveiliging en Privacy opgenomen. 

Interne beheersing

Terug naar navigatie - Interne beheersing - Interne beheersing

Interne beheersing is een integraal onderdeel van de activiteiten binnen de gemeente Drimmelen; doen we de goede dingen op de goede manier? We hebben in 2025 gewerkt aan het bereiken van onze ambitie om "in control" te zijn. Dat houdt in dat we bij de aanpak van de interne beheersing niet alleen processen beoordelen die relevant zijn voor de (financiële) rechtmatigheidscontrole, maar ook processen van activiteiten die belangrijk zijn voor een optimale bedrijfsvoering. We gaven hier invulling aan door concreet aan de slag te gaan met het uitvoeren van het VIC-plan 2025 (Verbijzonderde Interne Controleplan), in lijn met het Kaderplan Interne Beheersing 2024-2027. In onze werkzaamheden betrokken we ook de verbeterpunten uit onder andere, het Basisnormenkader voor Informatiebeveiliging Overheid (BIO), de nieuwe richtlijn voor de verbetering van de digitale weerbaarheid (NIS2) en (juridische) kwaliteitsonderzoeken. 

Risicomanagement

Terug naar navigatie - Risicomanagement - Risicomanagement

Een risico is een onzekere gebeurtenis die gevolgen heeft op het realiseren van je doelen. Hierbij richt de gemeente zich niet alleen op de financiële gevolgen, maar kijken we ook naar de mogelijke gevolgen voor de dienstverlening, de beleidsdoelstellingen en het imago. In 2025 hebben we in de organisatie gesprekken gevoerd over welke risico’s we signaleren, maar ook accepteren of juist hoe we de gevolgen ervan kunnen beperken. Aan de hand van deze gesprekken hebben we gemonitord hoe de situatie zich ontwikkelt en welke maatregelen nog relevant zijn of genomen moeten worden. Zo ontstaat een risicomanagementcyclus, een dynamisch proces voor het omgaan met risico's en het benutten van kansen. Ook in 2025 zorgden tal van ontwikkelingen voor nieuwe en veranderende risico's. Hierdoor treden er continu veranderingen op in het risicoprofiel van de gemeente Drimmelen waarbij onder andere in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van deze jaarrekening wordt stilgestaan.

Sturing op gemeenschappelijke regelingen

Terug naar navigatie - Sturing op gemeenschappelijke regelingen - Sturing op gemeenschappelijke regelingen

De gemeente Drimmelen heeft in 2025 sturing gehouden op de gemeenschappelijke regelingen (GR's) door actieve deelname aan bestuurlijke overleggen en monitoring van financiële en inhoudelijke ontwikkelingen. Via de P&C-cyclus en periodieke evaluatie is grip gehouden op de prestatie en risico's van deze samenwerkingsverbanden. Er is rekening gehouden met de financiële gezondheid van de gemeente en de bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen. De gemeente blijft alert op kostenontwikkelingen binnen de GR's . 

Vanaf 2024 heeft de gemeente het adoptantenmodel ingevoerd voor het toezicht op verbonden partijen met een hoge maatschappelijke en financiële impact. De geselecteerde gemeenschappelijke regelingen (Regio West-Brabant, WAVA/MidZuid, Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en Openbare gezondheidszorg West-Brabant) hebben 2 adoptanten: raadsleden die zich verdiepen in de betreffende regeling en regelmatig rapporteren over ontwikkelingen aan de gemeenteraad. Hiermee wordt het toezicht vanuit de raad versterkt en transparanter. Voor verbonden partijen met een beperkte impact blijft de informatievoorziening beperkt tot een basispakket. 

Dienstverlening

Terug naar navigatie - Dienstverlening - Dienstverlening

Centraal staat in de uit te voeren werkzaamheden het vastgestelde dienstverleningsconcept.
In het uitvoeringsplan van 2025 staan concrete projecten voor de korte termijn en de contouren voor projecten op de lange termijn. We hebben de volgende resultaten behaald:

Digitale dienstverlening
We streven naar een hoger percentage inwoners dat contact heeft met de gemeente via digitale kanalen. In 2025 zijn 15 nieuwe e-formulieren toegevoegd aan de website. Hiervan is al goed gebruik gemaakt: er kwamen al ruim 700 digitale formulieren binnen. Dit past binnen onze visie op digitale toegankelijkheid en het bieden van snelle, begrijpelijke en laagdrempelige communicatiekanalen.

Verdere doorontwikkeling van het Klant Contact Centrum
Afgelopen jaar is het Klant Contact Centrum verder doorontwikkeld. Daarbij is gebruikgemaakt van een actuele kennisbank en datagedreven sturing. De inzet van data biedt inzicht in prestaties en knelpunten, waarmee we gericht kunnen verbeteren. In het tweede kwartaal van 2026 implementeren we een nieuwe telefooncentrale met uitgebreidere mogelijkheden, zodat we inwoners nog beter van dienst kunnen zijn.

Structureel optimaliseren van werkwijzen
We werken permanent aan het optimaliseren van werkwijzen en (her)structuren van servicetermijnen zoals terugbeltijd, respons op e-mail, meldpunt en Teams. Deze normen worden gemonitord via maandelijkse rapportages.

Kanaalsturing
We hebben kanaalsturing ingezet om inwoners sneller naar het juiste kanaal te begeleiden en zo de dienstverlening toegankelijker en efficiënter te maken. Door bijvoorbeeld ‘Verken uw idee’ op de website te plaatsen bij omgevingsvergunningen, helpen we inwoners om zelf eenvoudig informatie te vinden of direct het juiste proces te doorlopen. Hierdoor neemt de druk op de frontoffice af, terwijl inwoners beter en sneller worden geholpen via het kanaal dat het beste past bij hun vraag.

Inkoop & Contractmanagement

Terug naar navigatie - Inkoop & Contractmanagement - Inkoop & Contractmanagement

Eind 2024 is het vernieuwde contractmanagementbeleid vastgesteld. Dit beleid biedt een heldere structuur voor het beheren van contracten gedurende de gehele periode en draagt bij aan een transparante en uniforme werkwijze binnen de organisatie. Ter ondersteuning van de uitvoering worden elk kwartaal contractrapportages opgesteld en gedeeld met zowel de contractmanagers als het managementteam. Deze rapportages geven inzicht in risico’s, prestaties en lopende ontwikkelingen waardoor tijdig kan worden bijgestuurd waar nodig. Daarnaast ontvangen de coördinatoren en het management maandelijks een rapportage over de lopende inkooptrajecten. Deze periodieke monitoring versterkt de beheersing van rechtmatigheid en zorgt voor een betere planning. Hiermee werkt de organisatie structureel aan verdere professionalisering van het inkoop- en contractmanagementproces.

Juridische zaken

Terug naar navigatie - Juridische zaken - Juridische zaken

De taken zijn gericht op het bevorderen en bewaken van de juridische kwaliteit van onze dienstverlening. Dat hebben we ook in 2025 voortgezet. Belangrijke ontwikkeling binnen het juridisch werkveld is de Wet Open Overheid. Deze wordt in tranches ingevoerd door het Rijk. Een inhoudelijke toelichting over de WOO is opgenomen in paragraaf H Wet Open Overheid (WOO). Het aantal verzoeken in het kader van de WOO neemt toe. Vooralsnog kunnen we dit voorzien binnen bestaande capaciteit, maar hierin zien we een aandachtspunt voor de toekomst.

Financiën, Planning en Control

Terug naar navigatie - Financiën, Planning en Control - Financiën, Planning en Control

Omschrijving

In 2025 heeft het team financiën opnieuw te maken gehad met grote personele uitdagingen, daar is hinder van ondervonden in de dagelijkse uitvoering van processen en de totstandkoming van P&C documenten. Dat heeft ook de gemeenteraad gemerkt in de aanlevering van P&C documenten. We zetten nu de eerste stappen naar verbetering. Ondanks deze uitdagingen is de implementatie van I-Financiën, ons nieuwe financiële systeem, volgens planning verlopen en is het systeem gefaseerd live gegaan. Hiermee is een belangrijke stap gezet in het moderniseren van de financiële bedrijfsvoering. Vanuit dit fundament wordt het systeem verder ontwikkeld om processen te optimaliseren en de betrouwbaarheid van de financiële informatievoorziening te versterken.

Op het gebied van Planning & Control zijn in 2025 de samenvoegingen van de voorjaarsnota met de kadernota en de begroting met de najaarsnota toegepast. Gedurende het jaar is deze werkwijze geëvalueerd. Zowel ambtelijk als bestuurlijk is geconcludeerd dat de samenvoeging niet leidt tot het gewenste inzicht en ritme. Daarom is besloten om vanaf 2026 weer terug te keren naar afzonderlijke P&C documenten.

De sturing op het meerjarenbeeld wordt in 2026 verder opgepakt, mede gezien de financiële opgaven die vanaf 2026 op de gemeenten afkomen. Continu aandacht voor onze financiële positie is daarom noodzakelijk. Daarom bouwen we verder aan een beter doorlopend inzicht in de stand van onze financiën en een steviger fundament om onze P&C producten op te bouwen.

Communicatie

Terug naar navigatie - Communicatie - Communicatie

Het jaar 2025 was een jaar van overgang voor communicatie. Het cluster werd versterkt met een participatieadviseur en een beleidsplan voor participatie is vastgesteld. De nieuwe website, die in het laatste kwartaal van 2024 is opgeleverd, is in 2025 verder uitgebouwd met (digitaal) toegankelijke teksten voor alle doelgroepen. Communicatie werkte mee aan de oplevering van digitale formulieren die voorheen als PDF werden aangeboden op de website. Voorbereidingen werden getroffen voor het nieuwe intranet, onderdeel van de nieuwe digitale werkplek die in 2026 geïntroduceerd wordt. In 2026 leveren we een communicatiebeleid op en gaan we dit beleid naar de praktijk vertalen, om zo verder te groeien.

Toelichting op de rechtmatigheidsverantwoording

Het college geeft sinds 2023 zelf een rechtmatigheidsverantwoording af. Hiermee voldoet het college aan de verplichtingen uit de Kadernota Rechtmatigheid van de Commissie BBV. In de rechtmatigheidsverantwoording is beoordeeld in hoeverre de (financiële) handelingen in overeenstemming zijn met relevante wet- en regelgeving. Waarna de accountant de getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording toetst. De kaders voor de rechtmatigheid komen onder andere uit de genoemde kadernota rechtmatigheid en de financiële verordening zoals door de raad vastgesteld. De input voor de rechtmatigheidsverantwoording komt onder andere uit de uitgevoerde interne controles en ziet toe op drie criteria:

  • Begrotingscriterium
  • Voorwaardencriterium
  • Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium

Hieronder wordt per criterium kort toegelicht wat het is, wat de bevindingen over 2025 zijn en welke maatregelen er getroffen worden, of al getroffen zijn, om de onrechtmatigheden in de toekomst te minimaliseren.

Begrotingscriterium

Terug naar navigatie - Toelichting op de rechtmatigheidsverantwoording - Begrotingscriterium

Bij het begrotingscriterium draait het om het budgetrecht van de raad. Aan de hand van de analyse geeft het college aan of en met welke cijfers het college heeft gewerkt met de door de raad beschikbaar gestelde budgetten. De kaders rondom begrotingsrechtmatigheid liggen vast in de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Drimmelen 2025. Meer specifiek artikel 12. Waarbij we conform de verordening een onderscheid maken tussen acceptabele en onacceptabele begrotingsonrechtmatigheden. Een begrotingsonrechtmatigheid is acceptabel als aan ten minste één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren;
  • Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling;
  • De over- of onderschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. Het informeren middels de jaarrekening wordt hierbij tevens als tijdig gezien.

Bevindingen 2025 
Het opstellen van een realistische begroting is in 2025 opnieuw lastig gebleken. In gemeenteland hebben we steeds meer te maken met adhoc taken en ontwikkelingen die lastig te voorzien zijn. Dit zorgt ervoor dat er op verschillende programma’s onrechtmatige afwijkingen zijn. Echter zijn deze al deze afwijkingen wel acceptabel bevonden. De afwijkingen waarover de programmaverantwoording en rechtmatigheidsverantwoording rapporteert vallen eenieder in het bestaande beleid dat door de raad is vastgesteld. Wel is er een afwijking wie gezien de aard in deze paragraaf nogmaals worden aangestipt:

  • Ten behoeve van de Specifieke Uitkering Nationaal Isolatie Programma heeft de gemeente via tussenpartij Groupcard beoogt burgers te subsidiëren. Gezien het faillissement van Groupcard levert dit een nadeel van €260.000 op.

Voor een uitgebreide toelichting op alle afwijkingen, verwijzen wij u naar de programmaverantwoording eerder in deze jaarrekening.

Voorwaardencriterium

Terug naar navigatie - Toelichting op de rechtmatigheidsverantwoording - Voorwaardencriterium

Dit criterium betekent dat de gemeente zich aan alle wet- en regelgeving moet houden bij financiële handelingen, zoals bij subsidies, aanbestedingen en personeelskosten. De betreffende wet- en regelgeving zijn opgenomen in het door de raad vastgestelde normenkader.  De gemeente ziet toe op het naleven van betreffende wet- en regelgeving door het uitvoeren van controles.

Bevindingen 2025 
Een van de omvangrijkste controles ten behoeve van dit criterium is de controle op de naleving van de Europese aanbestedingswet. Deze controle resulteert in een onrechtmatigheid van € 791.000. De geconstateerde onrechtmatigheden hebben met name betrekking op aanbestedingen in het fysieke domein.

Enerzijds is er sprake van contracten uit voorgaande jaren. Anderzijds loopt de organisatie tegen het feit aan dat er opdrachten van dezelfde aard zijn aangegaan. Met deze verschillende opdrachten maar werkzaamheden van dezelfde aard is meermaals de Europese aanbestedingsgrens overschreden.

In lijn met de verbetermaatregelen van vorig jaar, werken we sterk aan de bewustwording op gebied van de aanbestedingswetgeving in de organisatie. De organisatie bekijkt per gevonden onrechtmatigheid hoe en of de fout kan worden gecorrigeerd in de nabije toekomst.

M&O beleid

Terug naar navigatie - Toelichting op de rechtmatigheidsverantwoording - M&O beleid

De gemeente moet voorkomen dat mensen en organisaties misbruik maken van regelingen, zoals subsidies of uitkeringen. Dit betekent dat de gemeente controleert of de maatregelen om misbruik te voorkomen, goed werken. Fraude door eigen medewerkers (bijvoorbeeld valse facturen) valt niet onder de definitie van misbruik en wordt dan ook niet in de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen.

Bevindingen 2025 
Op basis van de uitgevoerde controles zijn in het verslagjaar geen afwijkingen of bevindingen geconstateerd ten aanzien van de naleving van dit beleid. De interne beheersmaatregelen worden voldoende geacht de risico’s op misbruik en oneigenlijk gebruik binnen de gestelde toleranties te beheersen.

F. Verbonden partijen

Inleiding Verbonden partijen

Terug naar navigatie - Inleiding Verbonden partijen - Inleiding Verbonden partijen

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon waarin de gemeente Drimmelen een bestuurlijk én financieel belang heeft. Bestuurlijk belang betekent dat de gemeente zeggenschap heeft door vertegenwoordiging in het bestuur of door stemrecht. Het financiële belang is het bedrag dat de gemeente ter beschikking heeft gesteld en dat niet verhaalbaar is. Of het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat wanneer de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt.

De West-Brabantse gemeenten hebben regionaal een nota Verbonden Partijen vastgesteld en in 2024 is deze nota geëvalueerd en herzien naar aanleiding van de herziening van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). In deze nota zijn de spelregels vastgelegd voor het aangaan van verbonden partijen, de algemene en specifieke kaders en de gemeentelijke doelstellingen. Daarmee ontwikkelde de raad een visie op het geheel aan samenwerkingsverbanden.

Daarnaast hebben we een nieuwe verbonden partij, de baronie samenwerking. De samenwerking richt zich op thema's wonen, welzijn en zorg. 

Visie en beleidsvoornemens

Terug naar navigatie - Visie en beleidsvoornemens - Visie en beleidsvoornemens

Verbonden partijen zijn samenwerkingsverbanden waarin de gemeente Drimmelen zowel een bestuurlijk als financieel belang heeft, waardoor zij medeverantwoordelijkheid draagt, oftewel 'mede-eigenaarschap'. Een financieel belang betekent dat de gemeente risico loopt en kan worden aangesproken als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Bestuurlijk belang houdt in dat de gemeente zeggenschap heeft, bijvoorbeeld via deelname in het bestuur of door het uitoefenen van stemrecht. In Drimmelen betreft dit voornamelijk gemeenschappelijke regelingen.
Met de inwerkingtreding van de nota Verbonden Partijen op 1 januari 2024, is de visie van de gemeente op het beheer van verbonden partijen en de maatregelen om risico’s te beheersen, vastgelegd. Deze visie, gedeeld door de West-Brabantse gemeenten, benadrukt dat het aangaan van een duurzame financiële en bestuurlijke relatie een instrument kan zijn om taken efficiënter uit te voeren en maatschappelijk rendement te verhogen. Hierbij staat het principe van 'good governance' centraal, wat inhoudt dat er een nauwe samenhang moet zijn tussen sturing, beheersing, toezicht, en samenwerking tussen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen, gericht op het realiseren van maximaal maatschappelijk rendement.

Lijst verbonden partijen

Omschrijving

In deze paragraaf wordt per verbonden partij uiteengezet welk bestuurlijk en financieel belang de gemeente heeft. De toelichting maakt duidelijk hoe de verbonden partij bijdraagt aan het behalen van de gemeentelijke doelen en welke kansen en risico's hierbij een rol spelen. De informatie over de gemeenschappelijke regelingen in het onderstaande overzicht is gebaseerd op de (concept) jaarrekeningen 2025 voor zover deze beschikbaar zijn. Indien geen (concept) jaarrekening beschikbaar is, zijn de anderszins meest recente gegevens gebruikt. Voor de nieuwe gemeenschappelijke regeling de Baronie zijn nog geen cijfers bekend en derhalve niet opgenomen. 

Excel-tabel

Tabel Par. F-1
Lijst verbonden partijen (Bedragen x €1) Bijdrage 2025
Gemeenschappelijke regelingen
Regio West-Brabant 702.066
MidZuid 294.491
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant 852.486
Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant 1.853.000
Openbare Gezondheidszorg West-Brabant (GGD) 1.075.206
Regionaal Bureau Leren West-Brabant 169.238
Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen 38.926
Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord 0
Geweld in afhankelijkheidsrelaties en meldpunt Crisiszorg West-Brabant 352.591
Centrum Jeugd en Gezin Drimmelen en Geertruidenberg 1.376.600
Beschermd Wonen Regio Breda 0
Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW) 493.000
Regio De Baronie 47.648
7.255.252
Vennootschappen
Brabant Water N.V. 0
N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 0
Eerste Traais Warmtebedrijf 0
Totaal ontvangen dividend 0
Terug naar navigatie - Lijst verbonden partijen - Lijst verbonden partijen

 

 

Tabel Par. F-2
Regio West-Brabant (o.b.v. concept jaarrekening 2025)
Belang Eigen vermogen 1-1-2025 Eigen vermogen 31-12-2025 Vreemd vermogen 1-1-2025 Vreemd vermogen 31-12-2025 Financieel resultaat 2025 Bijdrage Drimmelen 2025
Versterking van de regio op de gebieden economie en arbeidsmarkt, samenwerkingen met overheid en bedrijfsleven, duurzaamheid. Daarnaast is de RWB strategische gesprekspartner voor o.a. de provincie, de nationale overheid en Europa. 1.782.000 1.643.000 6.402.000 9.271.000 579.000 702.066
Risico's Type GR Portefeuille-houder
De belangrijkste risico’s binnen RWB en de programmaonderdelen zijn personele uitval, wat leidt tot hogere kosten door externe inhuur. Daarnaast zijn er risico’s bij ICT-systemen (zoals hacks en storingen) en bij aanbestedingen en subsidiestromen. Ook speelt een verminderde vraag naar diensten een rol, vooral bij het Mobiliteitscentrum en Flexpools. Openbaar lichaam Burgemeester Scholtze
MidZuid
Belang Eigen vermogen 1-1-2025 Eigen vermogen 31-12-2025 Vreemd vermogen 1-1-2025 Vreemd vermogen 31-12-2025 Financieel resultaat 2025 Bijdrage Drimmelen 2025
Het uitvoeren van de Wet sociale werkvoorziening en het zo doelmatig mogelijk door de gemeente gegeven opdrachten op het terrein van de werkgevers-dienstverlening, beschut werk, gesubsidieerde arbeid en arbeidsreintegratie die voortvloeien uit de Participatiewet uit te voeren. 1.329.000 1.961.000 8.296.000 9.246.000 632.000 294.491
Risico's Type GR Portefeuille-houder
De belangrijkste risico’s rond SW-financiering zijn frictiekosten door een gefixeerd macrobudget en onzekerheid over landelijke uitstroom, wat kan leiden tot lagere bijdragen en voorfinanciering van salarissen. Daarnaast zijn er risico’s op het niet realiseren van begrote omzet door teruglopende instroom van medewerkers en afhankelijkheid van gemeentelijke opdrachten en marktomstandigheden. Tot slot speelt politieke onzekerheid over aanvullende middelen en structurele financiering een grote rol, waardoor risico’s lastig te kwantificeren zijn. Openbaar lichaam Wethouders Bakker en Akkermans
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
Belang Eigen vermogen 1-1-2025 Eigen vermogen 31-12-2025 Vreemd vermogen 1-1-2025 Vreemd vermogen 31-12-2025 Financieel resultaat 2025 Bijdrage Drimmelen 2025
De OMWB werkt aan een leefbare en duurzame regio en maakt omgevingsvergunningen voor de deelactiviteit milieu. Bovendien controleert de OMWB op de naleving van milieuregelgeving in het algemeen en bedrijven in het bijzonder. 6.086.000 8.651.000 7.641.000 6.362.000 4.519.000 852.486
Risico's Type GR Portefeuille-houder
De belangrijkste risico’s voor de OMWB zijn hogere kosten door externe inhuur en beperkte beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel, mede door arbeidsmarktkrapte en verzuim. Daarnaast brengt de transitie in taken en digitale vaardigheden onzekerheid mee over de inzetbaarheid van medewerkers, wat kan leiden tot productietekorten. Tot slot zijn er financiële en operationele risico’s door de invoering van de Omgevingswet en cyberdreigingen, waarvan de impact lastig te voorspellen is. Openbaar lichaam Burgemeester Scholtze
Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant
Doelstelling Eigen vermogen 1-1-2025 Eigen vermogen 31-12-2025 Vreemd vermogen 1-1-2025 Vreemd vermogen 31-12-2025 Financieel resultaat 2025 Bijdrage Drimmelen 2025
Zorgen voor veiligheid: crisisbeheersing, rampenbestrijding, brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening bij rampen en handhaving van openbare orde en veiligheid. 6.696.000 6.697.000 57.282.000 54.381.000 -1.045.000 1.853.000
Risico's Type GR Portefeuille-houder
De veiligheidsregio loopt risico’s door het structurele personeelstekort, mede door moeilijkheden bij het werven en behouden van vrijwilligers en de impact van het tweede loopbaanbeleid. Daarnaast zijn er grote financiële en operationele onzekerheden door de invoering van de Omgevingswet en de stijgende kosten (zoals energie en onderhoud) en informatieveiligheid. Daarnaast vormt de beëindiging van de samenwerking met Stichting Brandweerzorg Moerdijk een financieel risico, waardoor vanaf 2027 de volledige kosten van brandweerpost Moerdijk Haven voor eigen rekening komen. Openbaar lichaam Burgemeester Scholtze
Openbare Gezondheidszorg West-Brabant (GGD)
Belang Eigen vermogen 1-1-2025 Eigen vermogen 31-12-2025 Vreemd vermogen 1-1-2025 Vreemd vermogen 31-12-2025 Financieel resultaat 2025 Bijdrage Drimmelen 2025
De GGD verzorgt de openbare gezondheidszorg en heeft als doel het bewaken, beschermen en bevorderen van de gezondheid en veiligheid van alle inwoners van West-Brabant. Daarbij heeft de GGD extra aandacht voor kwetsbare mensen in onze samenleving. 7.176.000 8.995.000 20.860.000 14.561.000 1.071.000 1.075.206
Risico's Type GR Portefeuille-houder
Frictiekosten door vermindering gemeentelijke bijdragen voor basistaken algemeen en JGZ4+, onvoldoende uitvoering van basistaken door tekortschietende beschikbaarheid personeel, frictiekosten door vermindering van gemeentelijke opdrachten/afname van plustaken, frictiekosten door vermindering van de gemeentelijke bjidrage voor JGZ 0-4, minder opbrengsten door lagere afzet van reizigersproducten,verantwoording rechtmatigheid uitvoering van regelingen penvoerderschappen, ontvlechting gezamenlijke dossiervorming Kidos, toenemende compliance eisen (AVG), wegvallende verhuuropbrengsten vastgoed en mobiliteit personeel. Openbaar lichaam Wethouder Pruijssers
Regionaal Bureau Leren West-Brabant
Belang Eigen vermogen 1-1-2025 Eigen vermogen 31-12-2025 Vreemd vermogen 1-1-2025 Vreemd vermogen 31-12-2025 Financieel resultaat 2025 Bijdrage Drimmelen 2025
Zorgen voor een effectieve en efficiënte leerplichtadministratie waardoor schooluitval en verzuim worden voorkomen. 0 0 2.089.240 1.559.689 0 169.238
Risico's Type GR Portefeuille-houder
Vaste formatie op programma gelden, uittreding van een deelnemende gemeente, afschaling van dienstverleningsniveau door deelnemende gemeente. Openbaar lichaam Wethouder Pruijssers
Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen
Belang Eigen vermogen 1-1-2025 Eigen vermogen 31-12-2025 Vreemd vermogen 1-1-2025 Vreemd vermogen 31-12-2025 Financieel resultaat 2025 Bijdrage Drimmelen 2025
De GR behartigt de belangen van de deelnemers bij de eeuwig durende nazorg voor de regionale stortplaats Zevenbergen en de afvalstoffenberging Bavel-Dorst. 1.528.509 1.264.046 24.905.124 24.839.516 255.626 38.926
Risico's Type GR Portefeuille-houder
De risico’s voor de nazorg van de gesloten stortplaatsen in Bavel-Dorst en Zevenbergen bestaan uit mogelijke verontreiniging van grondwater, oppervlaktewater en lucht door calamiteiten met gevaarlijke stoffen, en uit financiële claims zoals de aangekondigde aanslag door de Provincie Noord-Brabant. Deze risico’s zijn moeilijk financieel te concretiseren en kunnen onverwacht grote impact hebben. Openbaar lichaam Wethouder Pruijssers
Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord
Belang Eigen vermogen 1-1-2025 Eigen vermogen 31-12-2025 Vreemd vermogen 1-1-2025 Vreemd vermogen 31-12-2025 Financieel resultaat 2025 Bijdrage Drimmelen 2025
Het verlenen of doen verlenen van ambulancezorg. 15.980.000 17.073.000 26.188.000 20.841.000 1.093.000 0
Risico's Type GR Portefeuille-houder
De belangrijkste risico’s voor de Regionale Ambulancevoorziening zijn een structureel tekort tussen het budget van de Nederlandse Zorgautoriteit en de werkelijke kosten, en het risico dat prestatieafspraken met zorgverzekeraars niet volledig worden behaald. Daarnaast zijn er risico’s door het open karakter van ICT-systemen en strengere eisen aan databeveiliging, evenals financiële onzekerheden door de tijdspaarregeling en verhoogd ziekteverzuim. Tot slot speelt een juridische risicozaak rond aansprakelijkheid bij Post-Covid, waarbij de dekking door verzekeraars ontbreekt en een civiele procedure loopt. Openbaar lichaam Wethouder Pruijssers
Geweld in afhankelijkheidsrelaties en meldpunt Crisiszorg West-Brabant
Belang Eigen vermogen 1-1-2025 Eigen vermogen 31-12-2025 Vreemd vermogen 1-1-2025 Vreemd vermogen 31-12-2025 Financieel resultaat 2025 Bijdrage Drimmelen 2025
Zorgen voor een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling en het bevorderen van een goede samenwerking tussen dit advies- en meldpunt, de hulpverlenende instanties, de politie, de gecertificeerde instellingen en de raad voor de kinderbescherming. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. 352.591
Risico's Type GR Portefeuille-houder
Er is een risico op hogere kosten door het uittreden van een gemeente, gecombineerd met krapte op de arbeidsmarkt en een hoog ziekteverzuim, wat de uitvoeringskracht onder druk zet. Onvoorziene omstandigheden kunnen extra middelen vereisen, zoals bij het landelijke tekort aan plekken in de vrouwenopvang. Hoewel er nog geen opdracht vanuit het Rijk is, bestaat de kans dat deze alsnog komt, wat financiële en organisatorische impact kan hebben. Centrumregeling Wethouder Pruijssers
Centrum Jeugd en Gezin Drimmelen en Geertruidenberg
Belang Eigen vermogen 1-1-2025 Eigen vermogen 31-12-2025 Vreemd vermogen 1-1-2025 Vreemd vermogen 31-12-2025 Financieel resultaat 2025 Bijdrage Drimmelen 2025
De ondersteuning en uitvoering van taken van de colleges in het kader van de Jeugdwet. 0 0 186.546 604.464 -306.701 1.376.600
Risico's Type GR Portefeuille-houder
De risico’s voor het Centrum voor Jeugd en Gezin liggen bij datalekken, wetswijzigingen en financiële overschrijdingen door inflatie en bezuinigingen. Daarnaast zorgen arbeidsmarktkrapte, ziekteverzuim en samenwerking tussen gemeenten voor onzekerheid in de uitvoering. Ook het eigen risico bij werkloosheid vormt een potentieel financieel risico. Ontwikkelingen in de landelijke en regionale hervormingsagenda jeugdzorg kunnen leiden tot ingrijpende veranderingen in taken en werkwijzen. Bedrijfsvoerings-organisatie Wethouder Pruijssers
Beschermd Wonen regio Breda (Jaarrekening 2024 onbekend; cijfers gebaseerd op basis van begroting 2024)
Belang Eigen vermogen 1-1-2025 Eigen vermogen 31-12-2025 Vreemd vermogen 1-1-2025 Vreemd vermogen 31-12-2025 Financieel resultaat 2025 Bijdrage Drimmelen 2025
Het bestaan van een maatwerkvoorziening beschermd wonen voor inwoners die vanwege een combinatie van psychische, psychosociale problematiek en langdurig gebrek aan zelfregie niet in staat zijn om zelfstandig te wonen en 24 uur per dag een vorm van zorg in nabijheid nodig hebben N.v.t. N.v.t. N.v.t N.v.t. 0 0
Risico's Type GR Portefeuille-houder
Verwacht wordt dat de rijksbijdrage ruim toereikend zal zijn om de kosten van beschermd wonen en zorg te compenseren. Ook andersoortige risico's worden niet voorzien. Centrumregeling Wethouder Bakker
Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW)
Belang Eigen vermogen 1-1-2025 Eigen vermogen 31-12-2025 Vreemd vermogen 1-1-2025 Vreemd vermogen 31-12-2025 Financieel resultaat 2025 Bijdrage Drimmelen 2025
Een zo doelmatig mogelijk uitvoering van werkzaamheden m.b.t. de heffing en invordering van belastingen, heffingen en rechten, de Wet waardering onroerende zaken, de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, de administratie van vastgoedgegevens en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden. 3.355.000 3.290.000 29.835.000 35.670.000 2.476.000 493.000
Risico's Type GR Portefeuille-houder
e belangrijkste risico’s voor SVHW zijn hoge proceskosten door bezwaarschriften, toenemende dreiging van datalekken en ICT-uitval, en verlies van kennis door personeelsverloop of ziekte. Daarnaast zorgen onzekerheden in inflatie en marktprijzen voor financiële risico’s. Deze factoren kunnen de kwaliteit en continuïteit van dienstverlening onder druk zetten. Openbaar lichaam Wethouder Bakker
Brabant Water N.V. (bedragen x € 1.000) - Jaarrekening 2024 onbekend; cijfers gebaseerd op jaarrekening 2023
Belang Eigen vermogen 1-1-2023 Eigen Vermogen 31-12-2023 Vreemd vermogen 1-1-2023 Vreemd vermogen 31-12-2023 Financieel resultaat 2023 Bijdrage Drimmelen 2024
Het verzorgen van de drinkwatervoorziening in Noord-Brabant. De gemeente Drimmelen bezit 1,4% van het aandelenkapitaal van Brabant Water. 690.022 699.235 584.613 618.615 9.213 0
Risico's Programma Portefeuille-houder
Brabant Water heeft een aantal strategische risico's (bijv. verontreiniging van de drinkwaterbron, leveringszekerheid), operationele risico's (bijv. storingsgevoeligheid van de waterleidingen, onbetrouwbare informatievoorziening door cybercriminaliteit), financiële risico's (bijv. het aan moeten wenden van het weerstandsvermogen om klimatologische risico's af te dekken) en compliance risico's (bijv. het niet naleven van de Drinkwaterwet) benoemd. Voor alle risico's zijn beheersmaatregelen getroffen. Het weerstandsvermogen van Brabant Water is ruim voldoende. Burger en Bestuur Wethouder Bakker
N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (bedragen x € 1.000) - Jaarrekening 2024 onbekend; cijfers gebaseerd op jaarrekening 2023
Belang Eigen vermogen 1-1-2023 Eigen Vermogen 31-12-2023 Vreemd vermogen 1-1-2023 Vreemd vermogen 31-12-2023 Financieel resultaat 2023 Bijdrage Drimmelen 2024
De BNG is de bank van en voor overheden en voor instellingen met een maatschappelijk belang. Het doel daarbij is om duurzaam bij te dragen aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. De gemeente Drimmelen bezit 0,065% van het aandelenkapitaal van de BNG. 4.615.000 4.721.000 107.459.000 110.819.000 254.000 0
Risico's Programma Portefeuille-houder
De bank beschikt over een uitgebreid risicomodel, waarmee alle risico's goed in beeld zijn en binnen de (wettelijke) normen blijven. Ook de beheersmaatregelen zijn op orde. Burger en Bestuur Wethouder Bakker
Eerste Traais Warmtebedrijf b.v. (cijfers o.b.v. concept jaarrekening 2024 bedragen x € 1.000)
Belang Eigen vermogen 1-1-2025 Eigen vermogen 31-12-2025 Vreemd vermogen 1-1-2025 Vreemd vermogen 31-12-2025 Financieel resultaat 2025 Bijdrage Drimmelen 2025
ETW b.v. heeft binnen het Programma aardgasvrije wijken van de Rijksoverheid gebruik gemaakt van een door de gemeente aangevraagde proeftuinsubsidie om in 2019 en 2020 een deel van de dorpskern van Terheijden aardgasvrij te maken. De gemeente is houder van 1 prioriteits-aandeel van ETW b.v. -1.122 -1.948 5.837 7.549 -826 0
Risico's Programma Portefeuille-houder
Gebrek aan liquiditeit in de opstartfase van de bedrijfsactiviteiten, onvoldoende aansluitingen op het warmtenet om tot een structureel sluitende exploitatie te komen en onvoorziene technische belemmeringen in het beheer van het warmtenet. Ruimte, Wonen, Duurzaamheid en Economie Wethouder Pruijssers
Regio De Baronie (Regio De Baronie is sinds 2026 een gemeenschappelijke regeling. Daarom zijn er op dit moment geen jaarstukken over 2025 beschikbaar)
Belang Eigen vermogen 1-1-2025 Eigen vermogen 31-12-2025 Vreemd vermogen 1-1-2025 Vreemd vermogen 31-12-2025 Financieel resultaat 2025 Bijdrage Drimmelen 2025
Versterking van de regio op de gebieden sociaal, veiligheid en fysiek. Onder fysiek vallen de onderwerpen mobiliteit, economie, duurzaamheid en wonen. De Baronie valt samen met Regio Hart van Brabant onder de Stedelijke Regio Breda-Tilburg. De SRBT is strategisch, Regio De Baronie is tactisch en uitvoerend. Via Regio De Baronie kunnen we een gesprekspartner vormen richting de SRBT en richting Provincie en Rijk. nvt nvt nvt nvt nvt 47.648
Risico's Programma Portefeuille-houder
Burger en Bestuur Burgemeester Scholtze

G. Grondbeleid

Grondbeleid algemeen

Terug naar navigatie - Grondbeleid algemeen - Inleiding Grondbeleid

In deze paragraaf staat de gemeentelijke visie op het grondbeleid en de verwachte uitvoering daarvan. Daarnaast worden de verwachte financiële resultaten en de inschatting van de risico’s van de gemeentelijke grondexploitatie complexen gepresenteerd.

De toelichting op de grotere faciliterende projecten is verwoord in de toelichting behorende bij programma 3 - thema Woningbouw en ruimte. Hier staat ook een toelichting op de Omgevingsvisie, welke wij in 2026 gaan actualiseren na de evaluatie in 2025. De Omgevingsvisie geeft de belangrijkste ruimtelijke kaders voor ons grondgebied en geldt als belangrijk toetsingsdocument voor ruimtelijke initiatieven. Het grondbedrijf had in 2025 zes eigen grondexploitatie complexen waarvoor de raad een grondexploitatie vastgesteld heeft. Zie verderop in deze paragraaf een nadere toelichting op deze complexen.

Over de eventuele fiscale winsten uit de exploitatie van gronden wordt vennootschapsbelasting (Vpb) geheven. Door onze belastingadviseur wordt een zogenaamde quick scan (deze loopt altijd achter) uitgevoerd om te berekenen of er sprake is van een belastingplicht voor de Vpb. De aangifte 2024 wordt begin 2026 afgerond en de quick scan voor 2025 wordt daarna gelijk opgepakt. Uit de scan zal blijken of er voor 2025 een belastingplicht ontstaat hetgeen niet de verwachting is. De verwachting is dat deze plicht ook niet de komende jaren ontstaat.

Visie op het grondbeleid

De gemeente Drimmelen staat voor de uitdaging om haar beschikbare ruimte op een verantwoorde en toekomstgerichte manier in te zetten. Met een groeiend aantal inwoners en een dynamische economie is het van essentieel belang dat we zorgvuldig omgaan met de grond die we in bezit hebben. Dit grondbeleid vormt de leidraad voor het beheer en de ontwikkeling van gemeentelijke grond, waarbij we niet alleen kijken naar de behoeften van vandaag, maar ook de ruimte creëren voor de generaties van morgen. We streven naar een balans tussen wonen, werken, recreëren en natuur, met respect voor de specifieke kenmerken van onze gemeente.

Het grondbeleid is een instrument dat ingezet wordt om beleidsdoelen van ruimtelijke ordening, wonen, economie, maatschappelijke ontwikkeling en verkeer en vervoer te realiseren. Dit is vastgelegd in de nota Grondbeleid 2023. 

In deze nota staat ook dat wij richtinggevend grondbeleid voeren hetgeen inhoudt dat wij een impactanalyse maken en daarbij beoordelen wat het maatschappelijk en financieel rendement is van een ontwikkeling op onze ambities. Op basis hiervan bepalen wij onze rol en kiezen we voor een actieve rol (waarbij we zelf ontwikkelen), een samenwerkende rol (waarbij we ontwikkelen met marktpartijen) of een faciliterende rol (waarbij we de ontwikkeling volledig aan de markt overlaten). Deze laatste komt het meeste voor.

In 2024 stelde de raad het Programma kostenverhaal en financiële bijdragen 2024 vast. Hierin is vastgelegd hoe we de wettelijke vastgelegde verhaalbare kosten, zoals vastgelegd in de omgevingswet, in rekening kunnen brengen bij de ontwikkelende partij. We nemen daarnaast de opmerkingen van de accountant mee in de verbeteringen van de interne beheersing.

Meerjarenperspectief gebiedsontwikkeling

Terug naar navigatie - Visie op het grondbeleid - Meerjarenperspectief gebiedsontwikkeling

In de Omgevingsvisie van de gemeente uit 2021 is het streven aangegeven dat we 150 woningen of meer per jaar toevoegen. Dit is verder geconcretiseerd en uitgewerkt in het in 2022 vastgestelde Programma Wonen 2030 ‘Drimmelen groeit’; in de periode 2022 t/m 2030 hebben we de ambitie om 1.500 woningen toe te voegen, met het accent op de periode 2022 t/m 2026 met hierin gemiddeld 200 woningen per jaar.

Om dit te realiseren, werken we met een woningbouwprogrammering van grote tot kleine plannen, waarbij het aantal te realiseren woningen uitgesmeerd is over projecten, kernen en  jaren. Waar mogelijk geven we prioriteit aan de grotere woningbouwplannen.

In 2025 zijn er 57 nieuwe woningen toegevoegd in de gemeente. Het grootste deel daarvan is gerealiseerd in Lage Zwaluwe over de projecten Olmhof (13 dure koopwoningen gericht op senioren) en de Willibrorduslocatie (22 grondgebonden woningen waarvan het merendeel goedkoop en/of betaalbaar betreft). Verder zijn er 7 woningen opgeleverd binnen het plan Sociaal Cultureel Dorpshart in Made (2 koopappartementen en 5 koopwoningen gericht op senioren) en zijn de eerste 2 woonwagens opgeleverd aan de Tuinbouwweg in Made. De overige 4 zijn net in het nieuwe jaar opgeleverd. De rest van de toevoegingen zijn individuele woningtoevoegingen en enkele projecten waar twee woningen zijn gerealiseerd.

Daarmee komen we in 2025 niet aan het streven om gemiddeld 200 woningen per jaar toe te voegen. Dit is in lijn met landelijk achterblijvende realisatiecijfers. Een aanzienlijk deel is te verklaren door externe factoren: een aantal grote woningbouwprojecten zoals de Verlengde Elsakker (88 woningen in Wagenberg), Rietlanden (211 woningen in Drimmelen) en Munnikenhof (81 woningen in Terheijden) liggen stil in afwachting van behandeling/uitspraak van de Raad van State. Verlengde Elsakker en Munnikenhof waren in eerste instantie voorzien voor 2025, maar vanwege het uitblijven van een uitspraak verschuiven deze projecten verder in de tijd.

Wanneer we kijken naar het perspectief voor de komende jaren, geeft onderstaande grafiek daarvan een goed beeld.

In de periode 2022 t/m 2026 worden naar verwachting 902 woningen opgeleverd.





Meerjarenperspectief gebiedsontwikkeling

Terug naar navigatie - Visie op het grondbeleid - Meerjarenperspectief gebiedsontwikkeling

Het zwaartepunt van de opleveringen ligt in 2026. Dit is logisch aangezien we aan het begin van deze collegeperiode onze ambitie flink naar boven hebben bijgesteld en het planproces inclusief bouwen wel enkele jaren duurt. Ook door o.a. juridische procedures komen projecten helaas soms minder snel tot uitvoering dan we zouden willen en schuift daardoor het opleveringsjaar op, zoals de Verlengde Elsakker in Wagenberg. 

Meer actuele en gedetailleerde informatie is te vinden in de halfjaarlijkse raadsbrief.

In Hooge Zwaluwe is eerder aan de Zuidrand grond aangekocht voor toekomstige woningbouwontwikkelingen (planning ± 130 woningen). De verdere voortgang van deze ontwikkeling wordt middels een apart raadsvoorstel voorgelegd aan de raad in 2026. Met de voorbereidende werkzaamheden en onderzoeken is reeds gestart.

Uitvoering grondbeleid

Gehanteerde parameters

Terug naar navigatie - Uitvoering grondbeleid - Gehanteerde parameters

In de geactualiseerde grondexploitatiecomplexen is in de meerjarenprognoses rekening gehouden met 2% voor de rente vanaf 2027, voor 2025 met het berekende omslagpercentage van 1,18%,  met 1,2% voor 2026 zijnde het laatst berekende omslagpercentage zoals berekend bij de begroting 2026.

De parameters voor kostenstijgingen  baseren we op de jaarlijkse publicatie Outlook Grondexploitaties van bureau Metafoor. Deze publicatie zet de meest recente jaarcijfers en prognoses van toonaangevende instanties op een rij. Zo ontstaat een goed beeld van de kosten- en de grondwaardeontwikkeling in de komende jaren.

De bouwkosten in de woningbouw blijven stijgen, vooral door oplopende personeelskosten en de krapte op de arbeidsmarkt waardoor de ontwikkelaars hun prijzen verhogen. Hoewel de materiaalprijzen iets stabiliseren stijgen de grondwaarden nog steeds.

In de geactualiseerde grondexploitatie projecten is rekening gehouden met verschillende parameters waarvan wij de gemiddelde prijsstijging hebben berekend voor de indexering voor de komende jaren 2026 en verder conform onderstaand overzicht.

Woningbouw indexen 2026 2027 2028 2029
Bouw en woonrijpmaken 3,50% 3,00% 3,00% 2,00%
Plankosten 4,50% 3,00% 3,00% 2,00%

 

Het percentage opbrengstenstijging wordt voor de nog niet verkochte kavels  in de huidige markt veiligheidshalve gezet op nul procent (0%). De reden hiervoor is dat de gemeente haar bouwkavels tegen de actuele marktwaarde taxeert op het moment van verkoop. Deze marktwaarde wordt bepaald door minimaal 1 onafhankelijke taxateur.

Prognose en jaarresultaat actieve grondexploitaties

Terug naar navigatie - Uitvoering grondbeleid - Prognose en jaarresultaat actieve grondexploitaties

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de complexen die tot en met 2025 in exploitatie zijn genomen. Deze complexen worden geactualiseerd met de najaarsnota 2026 en de toekomstige cijfers worden meegenomen in de meerjarenbegroting 2027-2029. Verderop in deze paragraaf worden de genoemde winstnemingen verder toegelicht. Onderstaande tabel geeft de boekwaarde van de verschillende complexen per 31-12-2025 weer.

Tabel Par. G-1 Verloop van de boekwaarden actieve grondexploitaties (Bedragen x €1)
Geplande einddatum exploitatie Naam complex Boekwaarde 1-1-2025 Werkelijke uitgaven 2025 Werkelijke inkomsten 2025 Te nemen winstneming 2025 Boekwaarde 31-12-2025
2028 Dorpshart/Centrumplan Made -285.566 152.839 4.500 -137.227
2025 E-Veld -93.146 29.008 125.525 189.663 0
2028 Norbartstraat-Romboutsstraat 432.244 52.412 600.000 -115.344
2026 Van Hooijdonklaan Willibrordus -856.491 339.979 0 205.284 -311.228
2026 Tuinbouwweg 82.642 474.879 186.635 370.886
2028 De Ligne 0 704.413 704.413
Totaal -720.317 1.753.530 916.660 394.947 511.500

Prognose en jaarresultaat actieve grondexploitaties

Terug naar navigatie - Uitvoering grondbeleid - Prognose en jaarresultaat actieve grondexploitaties

Het E-veld wordt per 31-12-2025 afgesloten. Er hadden in de jaren voor 2025 al winstnemingen plaatsgevonden ter grootte van € 1.146.701. Met de daarbij komende winstneming 2025 ter grootte van € 189.663 komt het totale positieve resultaat op € 1.336.365.

Voor de komende jaren worden nog de volgende uitgaven en inkomsten verwacht op de grondexploitatiecomplexen, weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel Par. G-2 Geraamde resultaten (Bedragen x €1)
Geplande einddatum exploitatie Naam complex Werkelijke uitgaven 2025 Geraamde uitgaven vanaf 2026 Geraamde inkomsten vanaf 2026 Verwacht resultaat bij afsluiting
2028 Dorpshart/Centrumplan Made -137.227 1.511.420 0 1.374.193
2028 Norbartstraat-Romboutsstraat -115.344 1.237.199 800.194 321.661
2026 Van Hooijdonklaan Willibrordus -311.228 215.607 0 -95.621
2026 Tuinbouwweg 370.886 217.449 0 588.335
2028 De Ligne 704.413 1.187.780 2.481.213 -589.020
Totaal 511.500 4.369.455 3.281.407 1.599.548

Voorziening verlies

Terug naar navigatie - Uitvoering grondbeleid - Voorziening verlies

Met de verwachte negatieve resultaten wordt al rekening gehouden in de voorziening verlies grondexploitaties. Het is voorgeschreven om zodra het verlies zich voordoet hier een voorziening voor te creëren t.l.v. het resultaat van het jaar waarin het zich voordoet. In 2025 is een storting van € 271.552 nodig om de nu verwachte verliezen te kunnen dekken. Deze storting wordt gedaan vanuit de reserve grondexploitatie.

Tabel Par. G-3 Voorziening verlies grondexploitaties (Bedragen x €1)
Naam Eindjaar Stand per 01-01-2025 Toevoeging in 2025 Eindstand per 31-12-2025
Dorpshart/Centrumplan Made 2028 1.338.602 35.591 1.374.193
Norbartstraat-Romboutsstraat 2028 307.344 14.317 321.661
Tuinbouwweg 2028 366.691 221.644 588.335
Totaal 2.012.637 271.552 2.284.189

Winstnemingen en positieve afsluitingen

Terug naar navigatie - Uitvoering grondbeleid - Winstnemingen en positieve afsluitingen

Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is het verplicht om winstnemingen te nemen in grondexploitaties waarbij een positief eindresultaat wordt verwacht. De hoogte van deze winstneming in een jaar wordt bepaald d.m.v. de voorgeschreven POC-methode. De positieve winstnemingen worden gestort in onze algemene reserve grondexploitatie.

In onderstaande tabel zie u het verloop van de winstnemingen in de komende jaren en de te nemen winstneming over het jaar 2025. Deze winstnemingen worden gestort in de reserve grondexploitatie.

Tabel Par. G-4 Winstnemingen jaarrekening 2025 (Bedragen x €1)
Nog te nemen winstnemingen
Omschr. Reeds genomen 2023 Reeds genomen 2024 Jrrk. 2025 2026 2027 2028 Totaal
E-Veld 838.821 307.880 189.663 1.336.364
De Ligne 53.861 189.331 345.828 589.020
Van Hooijdonklaan Willibrordus 75.645 205.284 95.621 376.550
Totaal 838.821 383.525 394.947 149.482 189.331 2.301.934

Risico's

Terug naar navigatie - Uitvoering grondbeleid - Risico's

Bij elke actualisatie van een grondexploitatiecomplex worden de tot dan bekende ingeschatte risico’s en kansen geanalyseerd en zo nodig bijgesteld. De risico’s voor de lopende grondexploitatiecomplexen zijn momenteel berekend op € 424.341. Bij de inschatting van de risico’s wordt gekeken naar de financiële, juridische, technische en ruimtelijke risico’s die de gemeente loopt en hierop wordt een verdeelsleutel toegepast. Het risico neemt af gedurende de looptijd van de exploitatie. In onderstaande tabel is de inschatting van het risico per complex weergegeven.

Tabel Par. G-5 Te verwachten risico’s lopende projecten (Bedragen x €1)
Complexnummer Projectnaam Omvang risico's
G.003 Dorpshart/Centrumplan Made 49.824
G.004 E-Veld 0
G.005 De Ligne 130.907
G.006 Norbartstraat-Romboutsstraat 209.323
G.007 Van Hooijdonklaan Willibrordus 16.286
G.009 Tuinbouwweg 18.001
Totaal 424.341

Algemene reserve grondexploitaties

Terug naar navigatie - Uitvoering grondbeleid - Algemene reserve grondexploitaties

De Algemene Bedrijfsreserve Grondbedrijf dient als buffer voor de activiteiten van het grondbedrijf en is zo doende een vereveningsreserve voor de actieve grondexploitatiecomplexen.

De risico’s welke uit het grondbedrijf voortvloeien, worden door deze reserve opgevangen.  De reserve wordt gemaximeerd op de omvang van de risico's van de actieve grondexploitaties plus de vastgestelde reserve van € 450.000.

De voeding in deze reserve bestaat uit de stortingen van de verplichte winstnemingen in de grondexploitaties voortvloeiende uit de voorgeschreven POC-methode. Onttrekkingen bestaan uit de stortingen in de voorziening verlies grondexploitaties. Mocht het saldo van de reserve boven de optelsom van de ingeschatte reserve komen, dan wordt het meerdere gestort in de algemene reserve.

Tabel Par. G-6 Algemene reserve grondexploitaties (Bedragen x €1)
Omschrijving Beginstand 2025 Werkelijke stortingen en onttrekkingen 2026 Verwachte stortingen 2027 Verwachte stortingen 2028 Verwachte stortingen Totaal
Stand per 01-01-2025 699.371
Winstnemingen 394.947 149.482 189.331 345.828 1.079.588
Verliesnemingen -271.552 -271.552
Correctie beginbalans 2025 -389.986 -389.986
699.371 -266.591 149.482 189.331 345.828 418.050
Stand per einde dienstjaar 432.780 582.262 771.593 1.117.421 1.117.421
Omvang ingeschatte risico's 424.341
Vastgestelde reserve 450.000
Maximale reserve 874.341

Toelichting vastgestelde actieve grondexploitaties

Met de najaarsnota 2025 zijn de verwachtingen omtrent de actieve grondexploitaties gedeeld maar nog niet meegenomen in de cijfers. De verwachting was toen dat er een toevoeging aan de verliesvoorziening zou moeten plaatsvinden van € 148.000, op basis van de werkelijke cijfers is deze toevoeging € 271.000 geworden.

Ook verwachten wij met de najaarsnota een winstneming van € 208.000. Deze winstneming over 2025 is nu berekend op € 394.000.

Per Saldo is het resultaat over 2025 dus € 63.000 positiever dan met de najaarsnota 2025 was berekend.

Hieronder vindt u een toelichting per grondexploitatie

Dorpshart Made

Terug naar navigatie - Toelichting vastgestelde actieve grondexploitaties - Dorpshart Made

In januari van 2021 heeft de gemeenteraad een grondexploitatie vastgesteld voor de ontwikkeling van het Dorpshart in Made. In 2023 zijn gronden voor woningbouw bouwrijp aan de ontwikkelaar verkocht. Deze ontwikkeling laat momenteel een tekort van € 1.374.193 zien. Op dit moment vindt de bouw van het appartementencomplex met 26 appartementen op de locatie van de voormalige Mayboom plaats. Deze appartementen worden in de tweede helft van 2026 opgeleverd. In 2026 wordt ook de tweede fase van de openbare ruimte aangelegd, waaronder de tuin bovenop de parkeergarage van het appartementencomplex. Hiertoe behoort daarnaast de ruimte tussen de Bernardus, de Kloosterstraat en Kerkstraat.

Norbartstraat - Romboutsstraat Made

Terug naar navigatie - Toelichting vastgestelde actieve grondexploitaties - Norbartstraat - Romboutsstraat Made

In september 2023 is de grondexploitatie vastgesteld voor de ontwikkeling Norbartstraat – Romboutstraat in Made (IKC de Stuifhoek e.o.). In december 2023 is het bestemmingsplan voor deze gebiedsontwikkeling door de gemeenteraad vastgesteld. In 2024 is de bouw van de school met daarop 9 appartementen aanbesteed en is een deel van de school gesloopt om ruimte te maken voor een nieuwe school, een Integraal Kindcentrum (IKC). In februari 2025 is de bouw gestart van het nieuwe IKC en bedoelde appartementen. In het plangebied zullen nog 10 woningen worden gerealiseerd. Deze woningen worden naar verwachting in 2027 gebouwd. Dit nadat het IKC-gebouw met daarop 9 appartementen gerealiseerd en het voormalige schoolgebouw volledig gesloopt is. De gronden voor dit deel van de ontwikkeling zullen in 2026 aan een marktpartij worden verkocht.

Er wordt een verlies verwacht van € 321.661. De verwachting is dat de grondexploitatie in 2028 kan worden afgesloten.

Van Hooijdonklaan Lage Zwaluwe

Terug naar navigatie - Toelichting vastgestelde actieve grondexploitaties - Van Hooijdonklaan Lage Zwaluwe

Voor de Van Hooijdonklaan (vm. Willibrordusschool) in Lage Zwaluwe is in mei 2023 het bestemmingsplan inclusief grondexploitatiecomplex vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van in totaal 39 woningen in de plannen D'n Olm en Willibrordushof en is winstgevend. In december 2024 is de grond bouwrijp verkocht aan de ontwikkelaar. Het plan D'n Olm is inmiddels gebouwd. Het openbaar gebied moet nog worden overgedragen aan de gemeente. De woningen in het plan Willibrordus zijn in de tweede helft 2025 opgeleverd. In 2026 zal het openbaar gebied worden overgedragen waarna de plannen kunnen worden afgerond.

Tuinbouwweg Made

Terug naar navigatie - Toelichting vastgestelde actieve grondexploitaties - Tuinbouwweg Made

Voor de Tuinbouwweg in Made is in november van mei 2023 het bestemmingsplan inclusief grondexploitatie vastgesteld. Het plan omvat de uitbreiding van de woonwagenlocatie met zes standplaatsen. De verkoop van de grond aan de woningbouwcorporatie is in 2024 bekrachtigd. Het bouw- en woonrijp maken van de gronden is gestart. Het nadelig verwachte eindresultaat van dit project is momenteel begroot op € 588.335. Dit is een verhoging van € 221.644 ten opzichte van de stand per 01-01-2025 hetgeen is veroorzaakt door de extra kosten die de gemeente heeft moeten maken voor extra grondwerkzaamheden op deze voormalige vuilstort. Tijdens de uitvoering is gebleken dat de bodem aanzienlijk meer puin bevatte dan oorspronkelijk voorzien. Om het schone puin van het huisvuil te scheiden, is gedurende meerdere weken een trommelzeef ingezet. De zes woonwagens zijn inmiddels geplaatst.

De Ligne Made

Terug naar navigatie - Toelichting vastgestelde actieve grondexploitaties - De Ligne Made

De raad heeft in oktober 2025 het grondexploitatiecomplex vastgesteld met een verwacht positief resultaat van € 597.000 aan de Stuivezandsestraat voor de bouw van 21 duurzaam verplaatsbare woningen (in samenwerking met Woonvizier) en 11 woningbouwkavels. De kosten die voorheen voor het bouwrijp maken werden geraamd voor 2026 zijn gemaakt in 2025. Het resultaat is met deze jaarrekening € 10.000 lager i.v.m. met een kleine stijging van deze kosten. De opbrengsten voor de grondverkoop van de sociale huurwoningen zijn doorgeschoven naar 2026. 

H. Wet Openbaarheid

Terug naar navigatie - H. Wet Openbaarheid - Wet open overheid (Woo)

We onderscheiden voor de Wet Openbaarheid het passieve en het actieve gedeelte. 

Het passieve gedeelte betreft het afhandelen van WOO-verzoeken. Dit is onder regie van de WOO-functionaris uitgevoerd. Er zijn in 2025 29 verzoeken afgehandeld. 

Het actieve gedeelte betreft het publiceren van de documenten bij processen met een WOO-verplichting. In vier tranches de komende jaren dienen de in totaal 17 informatiecategorieën te worden gepubliceerd. De eerste tranche is 1 november 2024 ingegaan. De tweede tranche is in 2025 wederom uitgesteld. Medio 2026 gaan we meer weten voor wanneer de volgende informatiecategorieën worden ingevoerd.